ECLI:NL:PHR:2015:1790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken schriftuur binnen termijn
Het Gerechtshof Den Haag heeft verzoeker veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens drie feiten. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen dit arrest. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken met verschillende rolnummers, waaronder deze zaak.
Echter is niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Dit betekent dat niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan verzoeker in het cassatieberoep niet worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn cassatieberoep. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak plaatsgevonden vanwege deze procedurele tekortkoming.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur.