ECLI:NL:PHR:2015:1790

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2015
Publicatiedatum
14 september 2015
Zaaknummer
14/06344
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken schriftuur binnen termijn

Het Gerechtshof Den Haag heeft verzoeker veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens drie feiten. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen dit arrest. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken met verschillende rolnummers, waaronder deze zaak.

Echter is niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Dit betekent dat niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan verzoeker in het cassatieberoep niet worden ontvangen.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn cassatieberoep. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak plaatsgevonden vanwege deze procedurele tekortkoming.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur.

Conclusie

Nr. 14/06344
Zitting: 30 juni 2015
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker=verdachte]
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 13 februari 2014 verzoeker wegens een drietal feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verzoeker is tijdig beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 14/06345, 14/01092, 14/02603 en 14/06344. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Nu niet binnen de bij de wet gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG