Conclusie
“Procedure
Feiten
eerste middelklaagt in de kern erover dat in het proces-verbaal niet is opgenomen een gevoerde discussie voorafgaande aan de beslissing tot toepassing van art. 23, vijfde lid, Sv. De steller van het middel betoogt daartoe dat de raadsvrouw in raadkamer heeft aangevoerd dat en waarom de behandeling van de vordering ex art. 552p niet buiten haar aanwezigheid diende plaats te vinden.
tweede, het derde en het vierde middelhebben alle betrekking op de verlofprocedure ex art. 552p Sv van de klaagster. Als cassatiemiddel kan slechts worden aangemerkt een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. Nu de middelen niet zijn gericht tegen de bestreden beschikking maar tegen de beschikking inzake het verlof ex art. 552p Sv, kunnen zij dus niet als middel van cassatie gelden. Dat betekent dat de in deze middelen geformuleerde klachten buiten bespreking kunnen blijven.
vijfde middelklaagt over het oordeel van de Rechtbank dat de in beslag genomen goederen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen in het onderzoek naar het in het rechtshulpverzoek vermelde strafbare feit.