ECLI:NL:PHR:2015:187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid hoger beroep na verstekvonnis op tegenspraak en termijnoverschrijding
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser, die bij verstek is veroordeeld in een vonnis dat als op tegenspraak wordt beschouwd, en pas na het verstrijken van de beroepstermijn kennis kreeg van het vonnis, terecht niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep. De rechtbank Almelo had eiser veroordeeld tot betaling van € 100.000,-, waarna eiser pas jaren later hoger beroep instelde, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde eiser niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De Hoge Raad oordeelde echter dat in gevallen waarin de veroordeelde pas na het verstrijken van de beroepstermijn met het vonnis bekend raakt, het hoger beroep binnen veertien dagen na die kennisname alsnog ontvankelijk kan zijn. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie waarin een uitzondering op de strikte termijnhandhaving werd geaccepteerd.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende feiten had vastgesteld over de kennisname van het vonnis door eiser en hem ook niet in de gelegenheid had gesteld zich hierover uit te laten. Daarom kon het arrest van het hof niet in stand blijven. De zaak werd vernietigd en terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij de ontvankelijkheid van het hoger beroep opnieuw moet worden beoordeeld met inachtneming van de omstandigheden rondom de kennisname van het vonnis.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige feitenvaststelling en het respecteren van het beginsel van hoor en wederhoor bij de beoordeling van ontvankelijkheid in hoger beroep na verstekvonnissen op tegenspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep.