ECLI:NL:PHR:2015:193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake teruggave conservatoir inbeslaggenomen goederen
Klaagster verzocht om teruggave van een aantal goederen die conservatoir in beslag waren genomen op grond van een rechtshulpverzoek van Noorwegen. Deze goederen zouden toebehoren aan [betrokkene], die in Noorwegen onherroepelijk veroordeeld was tot betaling van bedragen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift van klaagster ongegrond en verleende vervolgens verlof tot tenuitvoerlegging van de Noorse ontnemingsvordering. Tegen deze beschikking stelde [betrokkene] cassatieberoep in, dat door de Hoge Raad niet-ontvankelijk werd verklaard, waardoor de uitspraak onherroepelijk werd.
De Hoge Raad oordeelde dat met het onherroepelijk worden van de Noorse uitspraak het conservatoir beslag overgaat in executoriaal beslag en dat klaagster zich voor haar rechten moet wenden tot de burgerlijke rechter. Een cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Hierdoor is de tenuitvoerlegging van de ontnemingsvordering onherroepelijk en kan het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen goederen uitwinnen. Klaagster kan alleen nog via de civiele rechter een executiegeschil aanhangig maken.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in cassatieberoep tegen afwijzing teruggave conservatoir inbeslaggenomen goederen.