Conclusie
[verdachte]
middelkeert zich tegen de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van meerdere geweldsdelicten aan boord van een Nederlands luchtvaartuig tijdens een vlucht van Dubai naar Amsterdam. Het Hof stelde vast dat verdachte zich agressief gedroeg, het cabinepersoneel aanviel, zich verzette tegen maatregelen en de veiligheid van het vliegtuig en de passagiers in gevaar bracht. De gezagvoerder en cabinepersoneel konden zich daardoor niet volledig richten op hun taken.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het Hof over het te duchten gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig. Het hof had bewezen verklaard dat het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was, mede gelet op het langdurig bezig zijn van bemanningsleden met de verdachte en het feit dat de gezagvoerder de cockpit moest verlaten. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel begrijpelijk is en niet onjuist in rechtspraak.
De Hoge Raad besprak uitvoerig het begrip 'gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig' in art. 385b lid 1 onder 1° Sr, de internationale verdragen (Montreal, Beijing, Protocol van Montreal) en de jurisprudentie. Het gevaar hoeft zich niet daadwerkelijk te verwezenlijken, maar moet ex ante voorzienbaar zijn. De verklaring van de piloot dat hij overwogen heeft een tussenlanding te maken, ondersteunt het oordeel dat het gevaar reëel was.
Het cassatiemiddel dat zich keerde tegen de bewezenverklaring faalde. De Hoge Raad vond geen aanleiding het arrest van het Hof te vernietigen en concludeerde dat het handelen van verdachte een onaanvaardbaar groot risico op gevaar voor het luchtvaartuig heeft veroorzaakt. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens opzettelijk geweld met gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig aan boord van vlucht HV6902.