Conclusie
Onderdeel 1van het middel bestrijdt het oordeel van het hof in rov. 2.2 dat, gelet op de stukken, het [verzoeker] niet kan zijn ontgaan dat in de standaardbrief van 21 februari 2014 sprake was van een opzegging van de dienstbetrekking en dat daarvan in zijn geval de grond was dat een nieuwe rector was gevonden.
U hebt in het afgelopen schooljaar 2013-2014, als gepensioneerde uw diensten en medewerking aan het voortgezet onderwijs verleend. (..) Al naar gelang de behoefte in het onderwijs kan het mogelijk zijn dat wij u vragen ons wederom bij te staan. Wij hopen dat indien wij u benaderen u zich beschikbaar stelt.”
Onderdeel 2bevat een interessante kwestie. Had RKCS toestemming nodig voor de opzegging?
primus inter paresonder en de naar buiten optredende representant van de docenten. Voor mij is dit voldoende om het oordeel van het hof juist en begrijpelijk te achten. Er zijn evenwel nog meer, ook door het hof gebruikte, argumenten. Eén daarvan ontleen ik aan de toelichting van [verzoeker], die onder 12 vermeldt dat in de memorie van toelichting van art. 2 LBA Pro als reden voor de vier uitzonderingen, waaronder onderwijs, wordt gegeven dat het verhoudingen betreft die zich naar hun aard minder lenen voor beoordeling door een buitenstaander. Ongetwijfeld is hiermee bedoeld de identiteit van de school die invloed heeft op deze beoordeling en die ook noopt tot terughoudendheid van buitenstaanders. Het hof heeft daarop in een iets ander verband – de sfeer van het onderwijs en de godsdienstvrijheid – gewezen. Als er iemand is die tot taak heeft de identiteit van een onderwijsinstelling nauwlettend te bewaken, is het degene die daar de leiding heeft. Ook als het niet om de identiteit maar om de inhoud van het onderwijs gaat, de kwaliteit daarvan en de cultuur van de school, is het opnieuw de rector die de eindverantwoordelijkheid draagt voor hetgeen onderwezen wordt en dus als functionaris belang heeft bij de vrijheid van onderwijs. De strekking van de uitzondering is dus bij uitstek van toepassing op deze functionaris. Ik kan daarom niet het standpunt van [verzoeker] volgen dat de vrijheid van onderwijs niet noopt tot het wegdenken van “onderwijzend en docerend”. Integendeel, het uitsluiten van de eerstverantwoordelijke voor het onderwijs zou naar mijn opvatting leiden tot een onbegrijpelijk en onaanvaardbaar resultaat, juist in het licht van de grote vrijheid die aan het onderwijs wordt toegekend en de bedoeling van de wetgever om daarin niet te treden.
onderdeel 3bezegeld. Dit onderdeel borduurt voort op een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 2, aanhef en onder b, van de LBA. Het miskent bovendien dat een rechtsoordeel niet met een motiveringsklacht kan worden bestreden. Ten slotte mist deze klacht feitelijke grondslag omdat het hof in rov. 2.11, in cassatie onbestreden, heeft geoordeeld dat de rector als leidinggevende direct is betrokken bij het onderwijs.
Onderdeel 4mist zelfstandige betekenis.