ECLI:NL:PHR:2015:2026
Parket bij de Hoge Raad
- Bleichrodt
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordelingen verduistering en diefstal
De aanvraagster is bij onherroepelijke vonnissen van de politierechter veroordeeld voor verduistering en diefstal. De aanvragen tot herziening zijn gebaseerd op het ernstige vermoeden dat niet de aanvraagster, maar een ander, [betrokkene 2], de strafbare feiten heeft gepleegd en daarbij de persoonsgegevens van de aanvraagster heeft gebruikt.
Onderzoek toonde aan dat de foto die bij de aanhoudingen werd gebruikt en op naam van de aanvraagster stond, in werkelijkheid de afbeelding betrof van [betrokkene 2]. De politie had bij de aanhoudingen niet altijd de identiteit vastgesteld aan de hand van een identiteitsbewijs, en de verklaringen van verbalisanten en handtekeningen onderschrijven het vermoeden van persoonsverwisseling.
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van de vonnissen gestaakt en besloten tot verjaring. De Hoge Raad oordeelt dat indien deze gegevens eerder bekend waren geweest, het onderzoek waarschijnlijk tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid.
Ondanks een verklaring van een medeverdachte die de aanvraagster als dader noemt, acht de Hoge Raad dit onvoldoende om het vermoeden van persoonsverwisseling weg te nemen. De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvragen gegrond en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvragen gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.