ECLI:NL:PHR:2015:2052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling zonder verlening schone lei bevestigd
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op voordracht van de rechter-commissaris de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) die op 23 april 2013 voor verzoekers was uitgesproken, tussentijds beëindigd zonder verlening van de schone lei. Verzoekers gingen hiertegen in hoger beroep, maar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft dit vonnis bij arrest van 18 juni 2015 bekrachtigd. Het hof oordeelde dat verzoekers ernstig tekort waren geschoten in hun verplichtingen, waaronder sollicitatie-, informatie- en inspanningsverplichtingen, en bovendien nieuwe schulden hadden laten ontstaan.
Verzoekers voerden aan dat het overlijden van hun (schoon)vader, die tragisch omkwam bij een brand, bijzondere omstandigheden vormde die het oordeel van het hof moesten beïnvloeden. De Hoge Raad stelt echter vast dat het hof zijn oordeel mede baseerde op tekortkomingen die al ruim vóór het overlijden plaatsvonden, zoals het niet nakomen van verplichtingen na beëindiging van een WWB-uitkering in augustus 2014. Ook het argument dat een vangnet van familie en vrienden zou bestaan, werd door het hof gemotiveerd verworpen wegens gebrek aan vertrouwen in nakoming van verplichtingen.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel feitelijke grondslag mist en dat het oordeel van het hof voldoende gemotiveerd is. Daarom leidt het middel niet tot cassatie en wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest dat de tussentijdse beëindiging van de WSNP zonder verlening van de schone lei bevestigt, blijft in stand.