ECLI:NL:PHR:2015:2106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appeldagvaarding wegens niet-zending aan buitenlands adres verdachte
Verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter en het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens een procedurele tekortkoming rond de betekening van de appeldagvaarding. De Hoge Raad onderzoekt of de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, met name aan het buitenlands adres dat verdachte had opgegeven.
Uit het dossier blijkt dat verdachte op verschillende adressen in Nederland stond ingeschreven, maar tussen 2007 en 2013 niet in Nederland was ingeschreven en dat een buitenlands adres bekend was. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, maar de Hoge Raad stelt dat de procedure van artikel 588 Sv Pro gevolgd had moeten worden bij verzending naar een buitenlands adres, wat niet is gebeurd.
Verder klaagt verdachte dat de appeldagvaarding niet aan zijn raadsman is toegezonden. De Hoge Raad constateert dat er geen bewijs is dat de brief waarin de advocaat zich als raadsman stelde, daadwerkelijk aan het hof is toegezonden en ontvangen. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 59 Sv Pro.
De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig, vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt opgemerkt dat de klacht over schending van de redelijke termijn niet hoeft te worden besproken omdat de zaak opnieuw zal worden beoordeeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de betekening rechtsgeldig was en dat de procedurele waarborgen niet zijn nageleefd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest, verklaart de appeldagvaarding nietig en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.