ECLI:NL:PHR:2015:2106

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
14/03250
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 SvArt. 59 SvArt. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid appeldagvaarding wegens niet-zending aan buitenlands adres verdachte

Verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter en het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens een procedurele tekortkoming rond de betekening van de appeldagvaarding. De Hoge Raad onderzoekt of de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, met name aan het buitenlands adres dat verdachte had opgegeven.

Uit het dossier blijkt dat verdachte op verschillende adressen in Nederland stond ingeschreven, maar tussen 2007 en 2013 niet in Nederland was ingeschreven en dat een buitenlands adres bekend was. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, maar de Hoge Raad stelt dat de procedure van artikel 588 Sv Pro gevolgd had moeten worden bij verzending naar een buitenlands adres, wat niet is gebeurd.

Verder klaagt verdachte dat de appeldagvaarding niet aan zijn raadsman is toegezonden. De Hoge Raad constateert dat er geen bewijs is dat de brief waarin de advocaat zich als raadsman stelde, daadwerkelijk aan het hof is toegezonden en ontvangen. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 59 Sv Pro.

De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig, vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt opgemerkt dat de klacht over schending van de redelijke termijn niet hoeft te worden besproken omdat de zaak opnieuw zal worden beoordeeld.

De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de betekening rechtsgeldig was en dat de procedurele waarborgen niet zijn nageleefd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest, verklaart de appeldagvaarding nietig en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 14/03250
Mr. Machielse
Zitting 8 september 2015
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 oktober 2011 bij verstek met toepassing van het tweede lid van artikel 416 Sv Pro niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het verstekvonnis van de Politierechter Alkmaar van 26 november 2007.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. J.M.M. Heilbron, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende drie middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat de appeldagvaarding ten onrechte niet tevens is verzonden naar het buitenlands adres dat verdachte had opgegeven.
3.2. De politierechter te Alkmaar heeft verdachte op 26 november 2007 bij verstek veroordeeld. In het dossier bevindt zich een akte van uitreiking, houdende mededeling van een niet onherroepelijk vonnis, welke uitreiking op 5 november 2010 aan verdachte in persoon is geschied. In deze akte van uitreiking is als adres van verdachte opgegeven [b-straat] te [plaats] . [1]
Op 11 november 2010 heeft mr. N.C.E.C. Luns, advocaat te Alkmaar, namens verdachte appel ingesteld. Op de appelakte is als adres van verdachte genoteerd [a-straat] te [plaats] .
Aan een zich in het dossier bevindende uitdraai uit de strafrechtsketendatabank (SKDB) is te ontlenen dat verdachte met ingang van 27 februari 2007 was ingeschreven op het adres [a-straat] te [plaats] , dat vanaf 25 september 2007 geen GBA-adres bekend was en dat met ingang van 14 oktober 2013 verdachte is ingeschreven op het adres [c-straat] te [plaats] . Tussen 25 september 2007 en 14 oktober 2013 was verdachte in Nederland niet ingeschreven, maar wel is inmiddels een adres in België bekend geworden. Niet is gebleken dat de appeldagvaarding naar dat adres is verzonden. Het hof heeft verdachte bij verstek veroordeeld en dus gemeend dat er geen grond was om de appeldagvaarding nietig te verklaren. Maar nu er een buitenlands adres van verdachte bekend was, had de procedure van het tweede lid van artikel 588 Sv Pro gevolgd moeten worden. Niet blijkt dat dit is geschied, zodat het impliciete oordeel van het hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend ontoereikend is gemotiveerd. [2]
Het eerste middel slaagt.
4.1. Het tweede middel klaagt dat aan de advocaat, die zich in hoger beroep voor verdachte had gesteld, geen afschrift van de appeldagvaarding is verzonden.
4.2. Als bijlage 1 is aan de schriftuur gehecht een brief van 9 november 2010, ondertekend door mr. D.P. Hein, advocaat te Amsterdam, waarin deze verklaart zich te stellen als raadsman van verdachte. De schriftuur bevat geen bijlage of automatisch gegenereerd bericht waaruit is op te maken dat deze brief ook inderdaad naar het hof is verzonden en daar is ontvangen. Nu een bevestiging van de ontvangst van de stelbrief ter griffie van het hof ontbreekt bij de aan de griffier van de Hoge Raad toegezonden stukken en deze stukken evenmin anderszins een aanwijzing voor zulk een ontvangst bevatten, moet het er voor worden gehouden dat de in cassatie overgelegde brief niet aanwezig was in het dossier waarover het hof kon beschikken. De klacht dat het voorschrift van de tweede volzin van artikel 59 Sv Pro in hoger beroep niet is nageleefd treft dus geen doel. [3]
5. Het derde middel, dat klaagt over een schending van de redelijke termijn omdat het OM tekort is geschoten in zijn taak de tweemaal bij verstek veroordeelde verdachte van de veroordelingen op de hoogte te stellen, behoeft geen bespreking nu het bestreden arrest naar mijn oordeel wegens gegrondbevinding van het eerste middel dient te worden gecasseerd en de rechter die de zaak nogmaals zal dienen te beoordelen bij een eventuele strafoplegging met een schending van de redelijke termijn rekening zal kunnen houden. [4]
6. Het eerste middel is gegrond zodat het bestreden arrest niet in stand kan blijven. Om doelmatigheidsreden zal de Hoge Raad de appeldagvaarding zelf nietig kunnen verklaren. Het tweede middel faalt en het derde middel behoeft geen bespreking. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen, de appeldagvaarding nietig zal verklaren en de zaak zal terugwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.Ik vermoed dat bedoeld is de [b-straat] te [plaats] . Een [b-straat] is mij uit algemeen toegankelijke bronnen niet bekend geworden. Dat [plaats] gelegen is in België houd ik maar voor een feit van algemene bekendheid.
2.HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2676.
3.HR 13 november 2007, nr. 02849/06, NJB 2007, 2353.
4.Wel moet mij van het hart dat de stelling die in de schriftuur wordt geformuleerd, dat het vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dat de behandeling van een strafzaak binnen vijf jaar dient te zijn afgerond, mij niet vanzelfsprekend lijkt.