Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
9 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte was in hoger beroep niet gedetineerd en had geen bekend woon- of verblijfadres in Nederland, maar wel een adres in het buitenland. De appeldagvaarding werd uitgereikt ter griffie omdat geen Nederlands adres bekend was, maar er is geen bewijs dat de dagvaarding naar het buitenlandse adres is verzonden.
Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, maar motiveerde dit onvoldoende. De Hoge Raad herhaalt dat bij afwezigheid van een Nederlands adres de dagvaarding rechtsgeldig moet worden toegezonden naar het buitenlandse adres of via bevoegde buitenlandse autoriteiten.
Omdat dit niet is gebeurd, verklaart de Hoge Raad de dagvaarding nietig en vernietigt het arrest van het hof. De overige middelen behoeven geen bespreking. De zaak wordt terugverwezen of anderszins afgewikkeld conform de wettelijke regels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de appeldagvaarding nietig wegens onvoldoende gemotiveerde rechtsgeldigheid van de betekening.