ECLI:NL:PHR:2015:2111
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van arrest wegens niet-toestaan van het laatste woord aan gemachtigde raadsman in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep na het verstrijken van de appeltermijn was ingesteld. De gemachtigde raadsman van de verdachte kreeg echter niet de gelegenheid het laatste woord te voeren nadat de advocaat-generaal nogmaals had gesproken. Dit is in strijd met het zesde lid in verbinding met het derde lid van artikel 283 Sv Pro, dat voorschrijft dat de verdachte of diens gemachtigde het laatste woord moet krijgen voordat het onderzoek wordt gesloten.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet naleven van dit voorschrift zo ernstig is dat het leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. Dit belang is groot omdat het hof zonder inhoudelijke behandeling van de zaak zelf de niet-ontvankelijkheid heeft uitgesproken. De advocaat-generaal had bij repliek nog een inhoudelijke opmerking gemaakt, waarna de gemachtigde raadsman het laatste woord had moeten krijgen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting waarbij het procesvoorschrift correct wordt nageleefd. De zaak betreft de toepassing van artikel 283 Sv Pro en de waarborg van een behoorlijke procesorde in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd wegens het niet toestaan van het laatste woord aan de gemachtigde raadsman, en de zaak is terugverwezen voor nieuwe berechting.