ECLI:NL:PHR:2015:2123

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
14/06583
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Tegen dit vonnis is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze aan verdachte betekend op 12 februari 2015. De wettelijke termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie liep af op 13 april 2015.

Binnen deze termijn is echter geen schriftuur ingediend door of namens verdachte. Hierdoor voldoet het cassatieberoep niet aan de formele vereisten zoals gesteld in artikel 437 lid 2 Sv Pro. De Procureur-Generaal concludeert daarom dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.

De Hoge Raad zal op basis van deze conclusie het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk verklaren, waardoor het vonnis van het gerechtshof in stand blijft zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 14/06583
Zitting: 8 september 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 10 november 2014 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.
Er bestaat samenhang met de zaak 14/05803. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen genoemde uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 12 februari 2015 in persoon aan verdachte betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 13 april 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG