ECLI:NL:PHR:2015:2124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie
Verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin hij was veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Op 13 april 2015 is de aanzegging van het cassatieberoep gedaan. Echter, tot op heden is door de advocaat van verdachte geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend.
Volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van middelen van cassatie een vereiste om ontvankelijk te zijn in het cassatieberoep. Door het ontbreken hiervan kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Het hof had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met een andere zaak waarin eveneens een conclusie is genomen.
Uitkomst: Cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van middelen van cassatie.