ECLI:NL:PHR:2015:2124

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/01324
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie

Verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin hij was veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Op 13 april 2015 is de aanzegging van het cassatieberoep gedaan. Echter, tot op heden is door de advocaat van verdachte geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend.

Volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van middelen van cassatie een vereiste om ontvankelijk te zijn in het cassatieberoep. Door het ontbreken hiervan kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Het hof had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met een andere zaak waarin eveneens een conclusie is genomen.

Uitkomst: Cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 15/01324
Mr. Machielse
Zitting 8 september 2015
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1.Op 25 november 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte voor 4: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen. Op 13 april 2015 heeft aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv Pro plaatsgevonden. Tot op heden is geen schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat ingediend.
3. Nu niet is voldaan aan het vereiste van het tweede lid van artikel 437 Sv Pro kan het cassatieberoep niet worden ontvangen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met nr. 14/05995 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.