AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt verval conservatoir beslag wegens ontbreken belang cassatieberoep na vaststellingsovereenkomst
Partijen waren verwikkeld in een geschil over de levering van een woning en de geldigheid van een conservatoir derdenbeslag gelegd door de koper. De rechtbank en het hof oordeelden dat het beslag niet vervallen was ondanks discussie over tijdige dagvaarding. De verkoper stelde in cassatie dat het beslag vervallen was wegens te late eis in de hoofdzaak.
Tussen partijen werd in een andere procedure een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin zij overeenkwamen alle lopende procedures, inclusief de cassatieprocedure, onmiddellijk te beëindigen. De koper stelde dat hierdoor het cassatieberoep van de verkoper geen belang meer had en dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op berusting te laat was ingebracht en dat het belang bij het cassatieberoep was komen te vervallen door de vaststellingsovereenkomst. Hierdoor moest het cassatieberoep worden verworpen. De inhoudelijke middelen van de verkoper faalden eveneens, omdat het hof terecht had geoordeeld dat het beslag niet vervallen was en de dagvaarding tijdig was ingesteld.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en wees het cassatieberoep af, waarbij tevens werd opgemerkt dat de vaststellingsovereenkomst bindend was en niet ongedaan kon worden gemaakt door de verkoper. Dit arrest benadrukt het belang van het respecteren van vaststellingsovereenkomsten en het tijdig instellen van vorderingen in procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang na vaststellingsovereenkomst die alle procedures beëindigt.
Voetnoten
1.Ontleend aan rov. 1.1-1.9 van het arrest van het hof Den Haag van 27 augustus 2013, tenzij anders vermeld.
2.Bijlage 4 bij brief van mr. Martens aan de rechtbank van 21 maart 2012.
3.Ontleend aan het vonnis van de rechtbank van 30 mei 2012, rov. 2.4.
4.Productie 1 bij inleidende dagvaarding.
5.Productie 1 bij inleidende dagvaarding.
6.Productie 7 bij Akte houdende wijziging van eis en overlegging van producties d.d. 7 september 2011.
7.Ontleend aan het vonnis van de rechtbank van 30 mei 2012, rov. 2.6.
8.Vonnis, rov. 1.2.
9.Bijlagen 1 en 2 bij memorie van grieven.
10.Zie het arrest van het hof van 27 augustus 2013, rov. 2.
12.Zie s.t. zijdens [eiser], p. 14 en p. 18, onder 3.2.
17.S.t. zijdens [eiser], p. 18 onder 3.2 en p. 19 onder 8.
20.S.t., p. 19-20; conclusie van repliek, p. 1-2.
21.S.t. zijdens [eiser], p. 19.
22.Zie conclusie van dupliek, nrs. 10-12: partijen hebben langdurig onderhandeld; de zitting is herhaaldelijk geschorst; de vaststellingsovereenkomst is eerst in concept afgedrukt; op dat concept zijn door beide partijen toevoegingen aangebracht; in aanwezigheid van zijn advocaat en mee-tekenende vrouw heeft [eiser] besloten akkoord te gaan met de schikking; de advocaat van [eiser] heeft enkele dagen na totstandkoming van de schikking bevestigd dat hij tot doorhaling van de procedures zou overgaan.
23.S.t. zijdens [eiser], p. 20 (achter het vijfde gedachtestreepje).
24.Conclusie van dupliek, nrs. 8, 12.