Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
- Wat is daarvan de oorzaak (geweest)?
- Wat zijn de kosten van herstel?
- Is sprake van gevolgschade? Wat zijn de kosten van herstel?
[adres 1]het volgende in. Door [verweerster] is in totaal voor verrekening een bedrag opgevoerd incl. BTW groot € 60.153,57. Volgens de deskundige dient dit bedrag te worden teruggebracht tot een totaal van afgerond € 55.000 inclusief BTW. [12] De deskundige heeft vastgesteld dat sprake is geweest van lekkage ter plaatse van de aanbouw en dat door of namens Fitness Carnisselande c.s. herstel is uitgevoerd. De totale herstelkosten zijn door de deskundige geraamd op een bedrag incl. BTW groot € 1.898,37. De deskundige heeft voorts geconstateerd dat gevolgschade is ontstaan “uit” het realiseren van de aanbouw, welke zich voornamelijk heeft gemanifesteerd in het ontstaan van scheurvorming aan het bestaande achtergevelmetselwerk als gevolg van een onvoldoende uitgevoerde staalconstructie, dan wel het onvoldoende uitvoeren van de staalconstructie. De uitvoering van de werken voldoet volgens de deskundige in het geheel niet aan de normaal te stellen kwaliteitseisen in de zin van goed en deugdelijk werk. De totale herstelkosten van de gevolgschade aan de bestaande achtergevel zijn door de deskundige geraamd op € 1.652,57 incl. BTW. [13]
[adres 2]vermeldt de rapportage, samengevat, het volgende. Door [verweerster] is in totaal voor verrekening een bedrag opgevoerd incl. BTW groot € 71.943,09. Volgens de deskundige dient de begroting van [verweerster] te worden teruggebracht tot € 66.004,79, terwijl de Rechtbank kennelijk uitgaat van € 68.785,79. [14] Uit de door de deskundige uitgevoerde inspectie blijkt verder dat voornamelijk het tegelwerk aan de badkamer en het toilet enige gebreken vertoont. De deskundige wijst op een wisselende hoogte van het tegelwerk en het onvoldoende aansluiten van de voegen op elkaar. Daarmee voldoet het tegelwerk voor een gedeelte niet aan de te stellen eisen. Een deel van het vloer- en wandtegelwerk zal volgens de deskundige hersteld moeten worden. De totale herstelkosten zijn geraamd op € 5.415,68 incl. BTW. [15]
[adres 3]rapporteerde de deskundige, samengevat, als volgt. Door [verweerster] wordt in totaal voor verrekening een bedrag opgevoerd incl. BTW groot € 26.941,60. Dit bedrag dient, zo leest de Rechtbank het rapport kennelijk, te worden teruggebracht tot een totaal van afgerond € 25.600 incl. BTW. [16] Aan de hand van de door de deskundige uitgevoerde inspectie is verder gebleken dat het uitgevoerde werk aan [adres 3] op meerdere punten gebreken en/of tekortkomingen vertoont. Op de wand tussen de woonkamer en badkamer komt een grote mate van lekkagesporen. Deze zijn een direct gevolg van het onjuist uitvoeren van de werken ten behoeve van de badcombinatie met bubbelinstallatie voor. Bovendien is de betegelde woonvloer over een groot gedeelte losgekomen van de ondervloer en “komt het voegwerk los en dergelijke”. De uitvoering van de genoemde werken voldoet volgens de deskundige in het geheel niet aan de normaal te stellen kwaliteitseisen in de zin van goed en deugdelijk werk. De totale herstelkosten aan de vloer en de badkamer zijn door de deskundige geraamd op incl. BTW € 26.349,22. [17]
4.2 Samenvatting
3.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.Bespreking van de principale klachten
onderdeel 2klagen Fitness Carnisselande c.s. dat het Hof de betwiste handelsrente heeft toegewezen omdat een ingebrekestelling geen - bedoeld zal zijn ‘een’ in plaats van ‘geen’ - met een factuur in de zin van art. 6:119a lid 2 sub a BW vergelijkbaar betalingsverzoek is. [28] Zij achten dit oordeel onjuist, aangezien een ingebrekestelling niet voldoende is om de handelsrente op grond van art. 6:119a BW verschuldigd te worden, terwijl het Hof niet heeft vastgesteld dat een uiterste dag van betaling is overeengekomen of dat een factuur is verzonden. Althans is geen handelsrente ter zake van het BTW-gedeelte van de vordering van [verweerster] verschuldigd aangezien vanwege het ontbreken van een factuur sprake is van schuldeisersverzuim zoals toegelicht bij onderdeel “0”. [29]
of een gelijkwaardig verzoek tot betaling. [32]
onderdeel 2.2nog op schuldeisersverzuim. Het onderdeel verwijst niet naar vindplaatsen waaruit blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan; onderdeel 2.1 doet dat wel. [36] Hetgeen zij op dit punt te berde hebben gebracht, is evenwel zó vaag en algemeen dat het Hof er geen relevant geschilpunt in behoefde te zien.
iedereafzonderlijke stelling moet behandelen en dat het zich bij ieder oordeel (daaronder de interpretatie van stellingen en weren) moet afvragen of dat oordeel of die interpretatie wel klopt. Maar ik haast me hieraan toe te voegen dat de Hoven Amsterdam en Den Haag zich behoorlijk in de nesten hebben gewerkt met deze op niets gebaseerde “regeling”. In casu spinnen Fitness Carnisselande c.s. hierbij m.i. hoe dan ook geen garen om de onder 4.17.1 genoemde reden.
onderdelen 3 en 4trekken ten strijde tegen de hoofdelijke veroordeling van Fitness Carnisselande c.s. en de daaraan, naar zij menen, gekoppelde kostenveroordeling.
volledigeproceskosten zijn veroordeeld. Een deel van de toegewezen vordering had immers betrekking op alleen Wellnesselande Nederland B.V. Op dit punt behelst het onderdeel evenwel geen (voldoende duidelijke) klacht. Bovendien viel niet goed op te maken in hoeverre de gemaakte proceskosten verband houden met het fitnesscentrum. Allicht uit praktische overwegingen heeft de Rechtbank daarom, naar valt aan te nemen, de geliquideerde kosten(veroordeling) niet uitgesplitst.
5.Bespreking van de incidentele klachten
Onderdeel 1.2klaagt dat het Hof bovendien heeft miskend dat de strekking van art. 6:89 BW Pro is dat een schuldeiser die niet tijdig reclameert, zich niet meer op een gebrek in die prestatie kan beroepen. Dit betekent dat ook de bevoegdheid om aan de vordering tot betaling van een prijs een recht op schadevergoeding (zoals in de zin van herstelkosten) tegen te werpen, komt te vervallen. Het Hof had derhalve tot geen andere beslissing kunnen komen dan de met die gebreken gemoeide herstelkosten voor eigen rekening van Fitness Carnisselande c.s. te laten. Voor zover het Hof het vorenstaande niet zou hebben miskend, klaagt
onderdeel 1.3dat het Hof zijn oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd. Zonder nadere motivering - die ontbreekt - valt niet in te zien dat en waarom het Hof gezien de vaststaande schending van de klachtplicht rekening heeft gehouden en mocht houden met die gebreken en de daarop ziende herstelkosten.
op dit puntin feitelijke aanleg zou hebben geventileerd.