ECLI:NL:PHR:2015:227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Conclusie Procureur-Generaal inzake niet-ontvankelijkheid cassatieberoep
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad het standpunt ingenomen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit berust op het feit dat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De conclusie is gegeven na bestudering van de zaak en betreft een advies aan de Hoge Raad over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de feiten of het geschil, noch een uitspraak over de grond van de zaak.
De Procureur-Generaal adviseert derhalve om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren, wat betekent dat de Hoge Raad het beroep niet zal behandelen. Dit advies is gegeven op 17 februari 2015 onder parketnummer 14/01925.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.