Conclusie
middelbehelst de klacht dat de Rechtbank klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klaagschrift.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een beklag van een derde belanghebbende over de teruggave van een onder beslag genomen personenauto. De Rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de klager afstand had gedaan van de auto, gebaseerd op een verklaring tijdens een getuigenverhoor. De klager had het proces-verbaal niet ondertekend en stelde dat hij de auto wilde verkopen en daarom geen afstand had gedaan.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 116 lid 2 Sv Pro alleen de beslagene afstand kan doen van het voorwerp. Klager was echter een derde en niet de beslagene. De rechtbank heeft daardoor een onjuiste rechtsopvatting gehuldigd door klager niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
De zaak bevat tevens een uitleg van het toepasselijke recht, waaronder de uitleg van afstand doen van eigendom op grond van art. 5:18 BW Pro en de uitleg van art. 116 Sv Pro. De Hoge Raad benadrukt dat een verklaring van afstand vormvrij kan zijn, maar dat dit alleen door de beslagene kan worden gedaan. De procedurele rechten van derden worden hiermee beschermd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag van de derde en verwijst de zaak terug.