ECLI:NL:PHR:2015:230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en vermogensschade bij onrechtmatig conservatoir beslag
In deze zaak vorderen erfgenamen vergoeding van schade en proceskosten wegens onrechtmatig conservatoir beslag gelegd door Rabobank op een woning uit een onverdeelde nalatenschap.
De rechtbank wees de vordering af, het hof verklaarde het beslag onrechtmatig en kende een beperkte vergoeding toe op basis van het liquidatietarief, maar wees een integrale vergoeding van advocaatkosten af. De Hoge Raad overweegt dat de proceskostenvergoeding volgens de wettelijke regeling en jurisprudentie forfaitair is, en dat een volledige vergoeding alleen mogelijk is bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.
De Hoge Raad stelt dat kosten zoals reiskosten en gederfde inkomsten die niet onder de proceskostenvergoeding vallen, wel als vermogensschade onder art. 6:96 BW Pro kunnen worden vergoed. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het deze kosten afwees en veroordeelt Rabobank tot betaling daarvan.
De uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen proceskostenvergoeding en vergoeding van vermogensschade bij onrechtmatig beslag en benadrukt het restrictieve karakter van integrale vergoeding van advocaatkosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de vergoeding van reiskosten en gederfde inkomsten afwees en Rabobank wordt veroordeeld tot betaling van € 497,16 aan eiser.