Conclusie
“mishandeling”is veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderdenvijftig euro, subsidiair vijftien dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
middelklaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens haar ingestelde hoger beroep, althans dat ’s hofs motivering van die beslissing ontoereikend dan wel onbegrijpelijk is.
"bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn."Bekend zijn de als "ambtelijke verzuimen" aan te merken gedragingen van griffiemedewerkers, medewerkers van het Openbaar Ministerie en zelfs medewerkers van de reclassering (HR 21 april 2009, HR:2009:BH1439), die een termijnoverschrijding verontschuldigbaar kunnen doen zijn. Het moet in dat geval dan wel gaan over "ambtelijke verzuimen" die zich binnen de beroepstermijn hebben voorgedaan.
onvoldoende grondom het buiten behandeling blijven van het hoger beroep
onaanvaardbaarte achten (vgl. HR:1995:ZC9983 (28 maart 1995); HR:2001:AD5268 (11 december 2001)).
vormwaarin een rechtsmiddel moet worden ingesteld, zien we met name in de laatste jaren een vergaande tendens tot deformalisering. Nadat de Hoge Raad lange tijd de deur daarvoor heeft dichtgehouden, kan een rechtsmiddel nu ook door een raadsman per brief (men noemt het nog "bijzondere volmacht") aan de griffie worden ingesteld. Eventuele vormen die in zo'n brief dan nog door de raadsman worden verzuimd, kunnen vervolgens ter zitting (of in de cassatieschriftuur) veelal nog worden gesauveerd (vgl. t.a.v. hoger beroep HR 20 maart 2012, HR:2012:BV6999 en t.a.v. cassatie HR 19 maart 2013, HR:2013:BZ3924).
verondersteltin beroep te zijn gegaan of redelijkerwijs het nodige heeft gedaan om ervoor te zorgen dat hoger beroep zou worden ingesteld, ontstaat terecht discussie over de vraag of niet-ontvankelijkverklaring wel op haar plaats is. Dat is precies de positie van cliënte: zij veronderstelde - en mocht ook veronderstellen - dat haar advocaat het hoger beroep tijdig zou instellen.
effectiviteitvan die bijstand:
"... assigning counsel to represent a party to the proceedings does not in itself ensure the effectiveness of the assistance."
"subsequent measures to adequately remedy the situation".
‘(…) het ter terechtzitting voorgedragen verweer kennelijk [heeft] opgevat als een beroep op verontschuldigbare termijnoverschrijding, maar dat verweer is door verzoekster niet gevoerd. Het verweer dat namens verzoekster wél gevoerd is was gestoeld op de aangehaalde jurisprudentie van het EHRM. Hier is het hof echter niet op ingegaan, en reeds daarom kan het arrest niet in stand blijven.’.
bijzondere omstandigheidin casu wordt gevormd doordat de advocaat van de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een beroepsfout. Deze beroepsfout vervolgens, alsmede de daaruit gevolgde termijnoverschrijding, zijn
niet aan de verdachte toe te rekenen. [6]
had de raadsman wel geappelleerd, maar niet voldaan aan een aantal formele vereisten [9] , en in Adreyev/Estland had de advocaat weliswaar niet tijdig geappelleerd, maar
had de verdachte dat zelf wel gedaan. [10] Dat laatste was voor het EHRM reden om te overwegen dat
de verdachte (zelf) alles had gedaan wat van hem mocht worden verwachtom een inhoudelijke behandeling van zijn beroep te bewerkstelligen (ro. 77), en was de staat gehouden om de ‘evident failure’ van zijn raadsman van een ‘effective remedy’ te voorzien door de verdachte in zijn ‘appeal’ toe te laten.
kongeven haar toe te laten tot het hoger beroep.