ECLI:NL:HR:2007:BB3055
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij overschrijding beroepstermijn na verstekvonnis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn. De verdachte was bij verstek veroordeeld door de Politierechter en stelde het hoger beroep pas in nadat de raadsman nadere informatie had afgewacht.
De Hoge Raad bevestigt dat de beroepstermijnen van openbare orde zijn en dat de termijn van veertien dagen begint te lopen vanaf het moment dat de verdachte voldoende geïnformeerd is over het vonnis, zodat hij kan beslissen over het instellen van hoger beroep. De brief van de raadsman van 15 april 2005, waarin het parketnummer en de opgelegde straf werden genoemd, vormde een omstandigheid waaruit voortvloeit dat het vonnis bekend was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de beroepstermijn op 15 april 2005 is aangevangen en dat het wachten op nadere inlichtingen van het Openbaar Ministerie voor risico van de verdachte komt. De overschrijding van de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.