Conclusie
1.Voorgeschiedenis
2.Bespreking van cassatiemiddel
( [1] )inzake de gevolgen van een schuldsaneringsregeling voor een bestaande alimentatieverplichting. In rov. 3.3.2 van die uitspraak oordeelt de Hoge Raad:
Parket bij de Hoge Raad
Verzoeker heeft bij rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling met een aanzienlijke schuldenlast, waaronder belastingschulden en alimentatieschulden. De rechtbank wees het verzoek af omdat zij oordeelde dat verzoeker niet te goeder trouw was en een onaanvaardbaar risico had genomen door belastingschulden niet te betalen en alimentatieverplichtingen te negeren.
In hoger beroep oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden dat verzoeker geen verwijt viel te maken omtrent de belastingschulden, maar wees het verzoek toch af op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro c Fw, omdat het niet aannemelijk was dat verzoeker geen nieuwe schulden zou maken vanwege zijn alimentatieverplichtingen.
De Hoge Raad stelt in cassatie vast dat het hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat verzoeker na toelating tot de schuldsaneringsregeling spoedig een verzoek zal indienen tot nihilstelling van zijn alimentatieverplichtingen. Op grond van eerdere jurisprudentie is aannemelijk dat een saniet doorgaans niet over draagkracht beschikt om alimentatie te betalen en dat een verzoek tot aanpassing of nihilstelling van de alimentatieverplichtingen in aanmerking genomen moet worden.
De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 288 lid 1 onder Pro c Fw toch van toepassing zou zijn en vernietigt het arrest. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mag niet worden afgewezen op grond van de alimentatieverplichting zonder nadere motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd omdat de alimentatieverplichting geen reden is om het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af te wijzen.