Conclusie
1.Procesverloop (voor zover in cassatie van belang)
3.Bespreking van het middel
a, inhoudende dat niet gelet wordt op de bij een uitbreidingsplan juist aan het onteigende gegeven bestemming, geenszins behoeft mee te brengen, dat aan alle in een te exploiteren complex gelegen terreinen een zelfde waarde per m² zou moeten worden toegekend, immers een stuk grond zich door andere omstandigheden dan de door de Overheid gegeven bestemmingen – welke de waarde van alle gronden in een complex gelijkelijk moeten beïnvloeden – gunstig of ongunstig kan onderscheiden en daardoor hogere of lagere waarde kan hebben dan de overige grond.”
onderdeel bis naar ik begrijp een rechtsklacht. Het onderdeel klaagt dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van een voorstrook in de door [eiseres] verdedigde zin indien een perceel (of een gedeelte daarvan) is gelegen aan een bestaande weg die in een geldend bestemmingsplan gehandhaafd blijft en waaraan - al dan niet in samenhang met andere gronden - kan en mag worden gebouwd, zodat sprake is van juridisch bouwrijpe grond, en dat daaraan niet af doet dat de weg (eventueel) gereconstrueerd dient te worden, dat nog nutsvoorzieningen moeten worden aangelegd en dat het perceel (of een gedeelte daarvan) moet worden opgehoogd.
subsidiairadvies van de deskundigen, en wel voor het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat de percelen van [eiseres] (en De Hervormde Gemeente) los van de ontwikkeling van het complex zelfstandig konden worden ontwikkeld. De rechtbank volgde evenwel het primaire advies van de deskundigen dat de voorstrook niet voor zelfstandige ontwikkeling in aanmerking kwam, omdat de bestaande Lange Dreef zonder herstructurering ongeschikt was als bouwstraat. Het oordeel van de rechtbank is dus in overeenstemming met het deskundigenadvies, nog daargelaten dat een oordeel waarmee de onteigeningsrechter afwijkt van dat advies niet reeds daarom onbegrijpelijk behoeft te zijn.