ECLI:NL:HR:2011:BP2316
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering onteigende grond en toepassing art. 40d Onteigeningswet
De zaak betreft een geschil over de waardering van onteigende onbebouwde grond in Venray, onderdeel van een complex volgens art. 40d Onteigeningswet. De rechtbank had de waarde van het grootste deel van de grond vastgesteld op de complexwaarde van €32 per m², maar kende een hogere waarde toe aan een strook grond (voorstrook) langs een bestaande bouwstraat vanwege de bijzondere ligging en technische bouwrijpheid.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 40d niet beoogt alle waardeverschillen tussen stukken grond, anders dan door bestemming bepaald, volledig te elimineren. Een onteigend stuk grond kan een hogere waarde krijgen dan de complexwaarde indien de bijzondere ligging of hoedanigheid dit rechtvaardigt. Bij de waardering mag echter geen rekening worden gehouden met de bestemming in het bestemmingsplan, omdat dat strijdig is met het egalisatiebeginsel van art. 40d.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de omzetbelasting buiten beschouwing moet blijven bij de bepaling van de koopprijs van bouwgrond. Ook wordt bevestigd dat de wettelijke rente van art. 55 lid 3 Onteigeningswet Pro niet ziet op vergoeding van nadeel door het gemis van het bedrag waarmee de uiteindelijke schadeloosstelling het voorschot overtreft, maar dat de onteigeningsrechter in voorkomende gevallen mag uitgaan van de wettelijke rente als vergoeding.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor wat betreft de waardering van een perceelsgedeelte dat als erf is ingericht, omdat de deskundige onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit deel zijn hoogste waarde als complexwaarde zou bereiken. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Het incidentele cassatieberoep van de gemeente wordt verworpen.
Uitkomst: Vonnis rechtbank vernietigd voor waardering erfdeel, zaak verwezen naar gerechtshof; incidenteel cassatieberoep gemeente verworpen.