Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Bespreking van het principaal en het voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel
principaal middelis gericht tegen de slotsom dat [A] B.V. haar vorengenoemde stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Het
voorwaardelijke incidenteel middelbepleit, kort gezegd [4] , dat het hof het primaire/procedurele bezwaar van [verweerders] volledig had moeten honoreren: weliswaar werd [A] B.V. in hoger beroep vertegenwoordigd door een advocaat, maar in feite bevat diens memorie van grieven niet meer dan een ‘romp’-tekst. Door te verwijzen naar de persoonlijke toelichting van [betrokkene] wordt de wettelijke verplichting tot procesvertegenwoordiging omzeild.
anderepartij die dezelfde handelsnaam gebruikt. Ook het feit van de onder c bedoelde betaling doet aan dit oordeel niet af: wie betaalt aan een rechtspersoon behoeft zich niet ervan bewust te zijn dat achter de naam een andere rechtspersoon schuil gaat dan voorheen. In ieder geval kan niet met succes aan het hof worden verweten dat het zonder motivering voorbij gaat aan
essentiëlestellingen van [A] B.V.: het middel noemt slechts feiten die het hof had
kunnengebruiken om tot het door de appellante gewenste bewijsoordeel te komen. Mijn slotsom is dat het principaal beroep niet tot cassatie leidt.
incidenteel cassatiemiddelbehoeft geen bespreking indien het principaal middel faalt. Niettemin ga ik kort op het incidenteel middel in. In hoger beroep geldt een grievenstelsel. Dit betekent dat de strijdpunten waarover de appelrechter een beslissing moet geven in beginsel worden bepaald door de aangevoerde grieven. Voor zover de grieven niet reeds in de appeldagvaarding zijn opgenomen, behoren zij uiterlijk bij de eerste conclusie in appel (de memorie van grieven) te worden aangevoerd. Er bestaan uitzonderingen op deze regel [5] , maar die zijn in dit geval niet aan de orde. In de appelprocedure bestaat voor partijen geen recht op een tweede schriftelijke ronde. Grieven moeten behoorlijk in het geding naar voren worden gebracht. Zij moeten zodanig worden gepresenteerd dat zowel voor de rechter als voor de wederpartij duidelijk is, welke bezwaren of nieuwe eisen appellant in hoger beroep aan de orde wil stellen en op welke gronden [6] .