Conclusie
“deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”,2.
“medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”,3.
“medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”, en4.
“medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vorderingen van een aantal van de benadeelde partijen (gedeeltelijk) toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als vermeld in het bestreden arrest.
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de verdachte de vorderingen van de benadeelde partijen niet heeft betwist. Blijkens de toelichting klaagt het middel in het bijzonder over de motivering van de beslissing van het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] toe te wijzen.
: “Gerechtshof Den Haag MK”.Nu zich geen andere pleitnota in het dossier bevindt waarop als instantie het gerechtshof is aangegeven, ga ik ervan uit dat dit de pleitnota is die namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 7 december 2012 is voorgedragen. Deze pleitnota houdt, voor zover van belang, het volgende in:
“Vorderingen benadeelde partijen:
“Vorderingen tot schadevergoeding
dat de behandeling van de vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding mag opleveren”. [3] Voor het overige dient de beslissing op de vordering van een benadeelde partij te worden gemotiveerd indien de vordering onderbouwd wordt betwist. [4]
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn, te weten de inzendtermijn, als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden.