ECLI:NL:PHR:2015:2405

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2015
Publicatiedatum
15 december 2015
Zaaknummer
14/03370
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h SvArt. 435 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie

Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter bevestigd in een ontnemingszaak tegen betrokkene. Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in tegen dit arrest. Echter, conform artikel 437, tweede lid, Sv in verbinding met artikel 511h Sv, dient binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie te worden ingediend door een raadsman. In deze zaak is geen schriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 14/03370 P
Zitting: 10 november 2015
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de ontnemingszaak tegen de betrokkene bevestigd.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de zaaknummers 14/03370 P en 14/03371. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG