Conclusie
3.2 Bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
Op 9 december 2013 werd verdachte samen met twee anderen betrapt bij het wegnemen van hennepplanten uit een woning aan de [a-straat] 22 te Haarlem. Getuigen zagen drie mannen bij de bergingsboxen en later uit de woning komen, waarbij twee mannen met vuilniszakken vol hennep naar buiten renden en verdachte zelf terug de woning in ging en van het balkon sprong. De voordeur en slaapkamerdeur van de woning waren geforceerd met braakschade en er werden heggenscharen en vuilniszakken met gesnoeide hennep aangetroffen.
De politierechter veroordeelde verdachte tot vier maanden gevangenisstraf voor medeplegen diefstal door braak en kende schadevergoeding toe. Het hof bevestigde dit vonnis met een nadere strafmotivering. Verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en het bewijsgebruik, met name over de interpretatie van de verklaring dat hij alleen wiet zou knippen en niet zou hebben ingebroken.
De Hoge Raad oordeelde dat ondanks tegenstrijdigheden in de verklaring van verdachte, de bewijsconstructie en de getuigenverklaringen voldoende waren om de veroordeling te dragen. Het hof mocht aannemen dat sprake was van medeplegen en braak, mede gelet op het gedrag van de verdachten, de aangetroffen braakschade en de hennep in vuilniszakken. Het cassatieberoep werd verworpen wegens gebrek aan voldoende belang en gegrondheid.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf voor medeplegen diefstal met braak.