14. De getuige [medeverdachte] heeft verklaard dat de verdachte ([verdachte]), samen met [betrokkene 1], [betrokkene 4], ‘[betrokkene 5]’ en ‘[betrokkene 2]’, deel uitmaakt van de ‘groep Eindhoven’, die panden laat huren door derden, onder wie [medeverdachte], en die panden vervolgens voorziet van hennepkwekerijen. De broers [betrokkene 1 + betrokkene 4] en de verdachte zouden degenen zijn die – middels [medeverdachte] – panden in Twente huren en deze voorzien van een hennepkwekerij en daarbij derden inhuren. [medeverdachte] kreeg van [betrokkene 4] en van de verdachte telefoons ter beschikking die niet af te luisteren zouden zijn (bewijsmiddelen 25 en 26). [medeverdachte] herkent de verdachte van een politiefoto en zegt bang voor hem te zijn omdat hij altijd een vuurwapen bij zich zou hebben. De verdachte zou één van degenen zijn die de leiding zou hebben. Hij zou in de ‘groep Eindhoven’ hoger geplaatst zijn dan [betrokkene 4]. [medeverdachte] ziet de verdachte als degene die “het hele proces” bewaakt, waarbij hij gebruik maakt van bedreigingen en het tonen van vuurwapens. Indien [betrokkene 4] een pand had uitgezocht dat [medeverdachte] voor hem zou gaan huren, moest hij dit eerst met de verdachte overleggen. Ook verklaarde de getuige [medeverdachte] dat de verdachte een bezoek had gebracht aan zijn woning. De getuige had aan de organisatie doorgegeven dat hij niet langer panden op naam wilde hebben, maar de organisatie “middels [verdachte]” was het daar niet mee eens (bewijsmiddelen 21, 22, 26 en 29). Tijdens de verbouwing van het pand aan de [b-straat] te Enschede, teneinde dit geschikt te maken voor een hennepkwekerij, heeft [medeverdachte] daar onder meer de verdachte gezien. Vlak voor de oogst in de [b-straat] heeft [medeverdachte] de verdachte op één van de slaapplaatsen in de kwekerij aan de [b-straat] zien liggen, terwijl op het kussen een Uzi lag. Na de oogst heeft [medeverdachte] in de woning van [betrokkene 4] gevraagd om een geldbedrag. De verdachte verscheen ook in die woning en kreeg te horen dat de verdachte geld wilde. Hij vertelde de getuige over de [c-straat]en vertelde dat zij de nodige onkosten hadden gemaakt, waarbij hij sprak over een ton en meer (bewijsmiddel 24). [medeverdachte] herkende de verdachte op camerabeelden die op 25 oktober 2011 met een observatiecamera zijn gemaakt aan de [a-straat] te Oldenzaal. Een dag eerder vond er sms-verkeer plaats, waarover [medeverdachte] verklaarde:
“Een dag hiervoor, 24 oktober 2010 (het hof leest 2011) vond er sms verkeer plaats tussen de telefoon die jij had gekregen van [betrokkene 4], zijnde de Nokia sms telefoon en twee verschillende nummers. We tonen jou een aantal sms berichten. Herken je die en zo ja, met wie heb je daar contact. Van wie krijg jij opdracht om de volgende dag naar Oldenzaal te komen en waarom? (Bij het uitlezen van een mobiele telefoon, nummer [001], in beslag genomen bij [medeverdachte] tijdens zijn aanhouding is sms verkeer veiliggesteld tussen voornoemd nummer en nummer [002]. [medeverdachte] heeft over deze telefoon verklaard dat dit de gebruikerstelefoon is tussen hem en [betrokkene 4] en dat via die telefoon alleen maar sms berichten konden worden verstuurd. Het betreft een GSM, merk Nokia, model 1280 voorzien van imeicode [003] en mobiel nummer [004], zijnde voornoemd nummer).
Uit dit sms verkeer blijkt dat [medeverdachte] op 24 oktober 2011 te omstreeks 11.34 uur e.v., meerdere berichten heeft ontvangen van [002] met de volgende teksten: "Ik kom morgen ook met spul moetje 2 avonden achter elkaar spuiten ok" "Roemeen is al opgehaald ben al geweest" "Denk het wel" "Ben je morgen half 8 in olde", "Alleen kijken", "Nee en die heb ik pas volgende week als ik geluk heb", "Maar is niet slim om thuis te doen he als ze jou pakken gaan ze zoeken he als ze dan bij anderen komen weet jezelf hoe groot dat probleem dan is hè".
Op 25 oktober 2011 te omstreeks 06.35 uur e.v.: "Ben je half 8 daar" "Ok wakker worden dan".
Bovenstaande gesprekken kunnen worden gerelateerd aan opnamen van een observatiecamera die zijn gemaakt van de ingang van bedrijfspand te Oldenzaal, perceel [a-straat] op 25 oktober 2011 te 07.22 e.v. Op deze opnamen is zowel [medeverdachte] afgebeeld, alsmede twee onbekende personen, waarvan de een gelijkenis vertoont met die van [betrokkene 4] en de ander met [verdachte]).
- als antwoord van [medeverdachte]:
Ik lees de sms berichten en herinner mij deze wel. De sms berichten beginnen op de 22ste. Toen was die Roemeense jongen "[betrokkene 5]" nog in Oldenzaal. Hij verzorgde de kwekerij en moest zandpotten vullen. Op de 24ste lees ik dat die Roemeen al was opgehaald. Daar bedoelde ze [betrokkene 5] mee. De volgende sms berichten hadden betrekking op mij, dat ik naar Oldenzaal moest komen. Ik moest daar spuiten. [verdachte] kwam daar later mee aan zetten. De dag erop, dus de 25ste, verscheen zowel [verdachte] en [betrokkene 4] aan het pand te Oldenzaal. Ik kreeg van [verdachte] wit/melkachtig spul. [verdachte] kon daar kennelijk alleen aan komen. Dit was bestemd om de spint in de hennepplanten te doden. Dus een soort bestrijdingsmiddel. Ik moest daar twee dagen achter elkaar spuiten. Ik kreeg hierop aanwijzingen van zowel [verdachte] als van [betrokkene 4] hoe ik de hennepplanten moest bespuiten. Nadien heb ik daar ook gevolg aan gegeven en heb ik twee dagen met dat spul gespoten. U vraagt mij wie deze sms berichten heeft verstuurd. Ik ga er van uit dat [betrokkene 4] dat is geweest omdat ik die telefoon ook van [betrokkene 4] had gekregen en met deze telefoon moest ik het contact tussen hem en mij onderhouden. Deze telefoon heb ik ook gebruikt voor het contact met [betrokkene 4] omtrent de huur. Ik merk wel op dat ik om de haverklap werd voorzien van een andere telefoon met een andere simkaart. Het nummer van [betrokkene 4] stond er vaak al in geprogrammeerd. Ook lag er wel eens een telefoon in de brievenbus en op andere plekken in de panden Ik moest deze telefoons weggooien van [betrokkene 4] als er weer een andere in gebruik werd genomen.” (bewijsmiddel 25)