Conclusie
de schijnvan heeft dat [verzoeker] het faillissement als voorwendsel gebruikt. Dat oordeel heeft het Hof blijkens rov. 6 overgenomen. De beoogde overweging is vermoedelijk mede ingegeven door hetgeen de officier van justitie ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 9 juli 2015 is aangevoerd en is in het licht daarvan en de verder door de Rechtbank geschetste achtergrond niet onbegrijpelijk. Van een ‘eigen invulling’ in de door [verzoeker] bedoelde zin is dan ook geen sprake. In het appelschrift kan geen grief tegen dit oordeel van de Rechtbank worden ontwaard. [verzoeker] maakt in zijn verzoekschrift in cassatie ook niet duidelijk in welke passage van zijn appelschrift een dergelijke grief zou moeten worden gelezen.