Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring, in het bijzonder het onderdeel dat telkens een minderjarige schijnbaar was betrokken bij de afgebeelde seksuele gedragingen, niet volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen en dat het kennelijke oordeel van het hof dat hiervan sprake is omdat de schilderijen een realistische/levensechte weergave geven van de daarop afgebeelde personen en de afbeeldingen minst genomen de suggestie wekken dat bij de vervaardiging van de schilderijen echte kinderen zijn betrokken, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende is gemotiveerd.
een hoeveelheid op de website (http://[website]) aangetroffen, ogenschijnlijk geschilderde/getekende, afbeeldingen van hoofdzakelijk telkens één of meer jongens met een ogenschijnlijke/geschatte leeftijd tussen de acht en vijftien jaar, in elk geval met een ogenschijnlijke/geschatte leeftijd jonger dan 18 jaar, waarbij op deze afbeeldingen te zien was dat deze jongen(s)
- elkaars dan wel ieder hun stijve penis(sen) vasthield(en) en/of
- hun penis in de mond van een/ andere jongen bracht(en) en/of hield(en) en/of
- naar hun eigen dan wel elkaars stijve penis(sen) ke(e)k(en) en/of
- de (stijve) penis(sen) van die jongen(s) duidelijk en/of opvallend en/of centraal in beeld was/waren en/of
- die jongen(s) zich in een seksueel uitdagende pose bevond(en), waaronder in elk geval:
een hoeveelheid schilderijen waarbij de wijze van schilderen zodanig is dat men bijna van een fotografische afbeelding kan spreken voor wat betreft kleur en gedetailleerdheid waarop hoofdzakelijk telkens één of meer jongen(s) met een ogenschijnlijke/geschatte leeftijd tussen de 11 en 15 jaar, in elk geval een ogenschijnlijke/geschatte leeftijd jonger dan 18 jaar, was/waren afgebeeld waarbij te zien was dat deze jongen(s)
- elkaars dan wel ieder hun eigen stijve penis(sen) vasthield(en) en/of
- hun penis in de mond van een andere jongen bracht(en) en/of hield(en) en/of
- naar hun eigen dan wel elkaars stijve penis(sen) ke(e)k(en) en/of
- de (stijve) penis(sen) van die jongen(s) duidelijk en/of opvallend en/of centraal in beeld was/waren en/of
- die jongen(s) zich in een seksueel uitdagende pose bevond(en), waaronder in elk geval:
afbeeldingenzijn in de zin van art. 240b Sr en dat mitsdien het verweer faalt.”Art. 240b Sr luidde ten tijde van het ten laste gelegde feit als volgt:
niet van echt is te onderscheiden, juist is. Het oordeel van het hof dat de in de bewezenverklaring omschreven afbeeldingen als realistisch in deze zin zijn aan te merken, is feitelijk van aard en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. [7]
last but not leastgaat het hier om kwesties van morele aard. Over wat nog wel en wat niet toegelaten is, als het gaat om afbeeldingen van seksueel gedrag waarbij kinderen of minderjarigen zijn betrokken, is zoals de geschiedenis laat zien verschillend gedacht en het is niet aan de rechtspraak of het Openbaar Ministerie [9] om hierbij het morele roer in handen te nemen.
direct- op een andere plaats in het bestreden arrest gebruikt het hof het woord
aanstonds-
duidelijk isdat het niet fotografisch, maar geschilderd beeldmateriaal betreft. Met andere woorden, kennelijk is weliswaar sprake van op realistische wijze geschilderde afbeeldingen, maar zijn deze, anders dan is vereist voor strafbare virtuele kinderporno, [11] wel
op het eerste gezichtte onderscheiden van afbeeldingen van een echt kind. Daaruit mag worden afgeleid dat het hof niet de in het kader van art. 240b Sr geldende maatstaf heeft aangelegd dat de afbeeldingen niet van echt te onderscheiden zijn. Het middel klaagt daarom terecht dat het oordeel van het hof dat sprake is van afbeeldingen waarop seksuele gedragingen zichtbaar zijn waarbij telkens een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende begrijpelijk is.