AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beperkte reikwijdte van het inzagerecht van schuldeisers in faillissement voor aansprakelijkstelling derden
In deze zaak vordert een schuldeiser, [verweerster], inzage in de volledige administratie van de failliete vennootschap [A] om een mogelijke aansprakelijkstelling van derden, waaronder bestuurders van [A] en aanverwante vennootschappen, op grond van onrechtmatige daad te onderbouwen. De curator van [A] verzet zich tegen deze vordering en voert aan dat het inzagerecht van artikel 3:15j BW beperkt is tot het vaststellen van de rechtsverhouding tussen schuldeiser en failliete vennootschap.
De voorzieningenrechter verklaart de vordering van [verweerster] niet-ontvankelijk wegens gebrek aan spoedeisend belang, maar het hof ’s-Hertogenbosch vernietigt dit en oordeelt dat [verweerster] een rechtstreeks en voldoende belang heeft bij inzage. De curator stelt vervolgens cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad bevestigt dat het inzagerecht van artikel 3:15j BW beperkt moet worden uitgelegd. Er is slechts sprake van een rechtstreeks en voldoende belang indien de schuldeiser openlegging vordert om zijn rechtsverhouding met de failliete vennootschap vast te stellen. Het inzagerecht strekt niet tot het verkrijgen van informatie ten behoeve van een vordering tegen derden, zoals bestuurders. Dit betekent dat het belang van de schuldeiser indirect is en niet voldoet aan de criteria van artikel 3:15j BW. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het inzagerecht van schuldeisers in faillissement is beperkt tot het vaststellen van hun rechtsverhouding met de failliete vennootschap en strekt niet tot het verkrijgen van informatie voor aansprakelijkstelling van derden.
Voetnoten
1.Zie over deze problematiek in het algemeen: W.J.M. van Andel en T.T. van Zanten, Informatieverschaffing door de curator in faillissement, in Insolad Jaarboek 2013, p. 29-52.
2.HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005: AS3534 en AR3406 (Jomed I en Jomed II)
3.Zie in dat verband: J.C. Voorduin, Geschiedenis en beginselen der Nederlandse wetboeken, deel VIII, I, 1840, p. 79
4.HR 12 april 1901 Weekblad van het Recht 7590 (Kampfraath/curatoren)
5.Staatsblad 2001, 581
6.Kamerstukken II, vergaderjaar 2000-2001, 27 824, nr. 3
7.HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005: AR3406 (Jomed II)
13.Rechtbank Groningen 4 maart 2011, JOR 2011,167
15.Zie onder meer: N.W.M. van den Heuvel, ‘De informatieplicht van de curator’, Bb 2005, 39; J.A.C. van Veersen, ‘Exhibitieplicht ex art. 3:15j BW; een ondergeschoven kindje’, V&O, nr. 1 p. 6; E.W.J.H. de Liagre Böhl in zijn annotatie onder Jomed, Ondernemingsrecht 2005, 212; W.J.M. van Andel, in zijn annotatie onder Hamm q.q./ABN Amro, JOR 2007, 287
16.J.J. van Hees, ‘Schuldeisers en de afwikkeling van het faillissement: de curator onder invloed?’, TvI 2004, 58, p. 294
17.F.M.J. Verstijlen, ‘Wat niet weet, deert Informatierechten van schuldeisers’, TvI, 2010,33, p. 213. Zie ook G. van Daal, ‘Van overlegging naar openlegging: 3:15b BW een Doos van Pandora? TvI 2003, p. 84; J.L.M. Groenewegen en M.J.H Orval, ‘Rechten van schuldeisers op informatie in faillissement: een begaanbare weg of doodlopend pad?’ Curator en Crediteuren, Insolad Jaarboek 2009, p. 48; R.J. Abendroth in zijn annotatie onder Jomed, JOR 2005, 105; P. van Schilfgaarde in zijn annotatie onder Jomed, NJ 2005, 250 en R.D. Vriesendorp in zijn annotatie onder Jomed, AA 2005, p. 254
18.Hoge Raad 20 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1834 (Schietincident Alphen aan den Rijn). Zie ook Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 33 079, nr. 3 p. 1