ECLI:NL:PHR:2015:2707
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor rijden onder invloed ondanks verweer tegen bloedonderzoek
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol met een bloedalcoholgehalte van 3,7 milligram per milliliter bloed, wat hoger is dan de wettelijke limiet. Hij kreeg een gevangenisstraf van 36 dagen en een rijontzegging van 18 maanden opgelegd.
De verdediging stelde in cassatie verschillende middelen aan de orde, waaronder het betwisten van de herkomst van het bloedmonster en het verzoek om een tegenonderzoek. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek om een tegenonderzoek niet tijdig was gedaan binnen de wettelijke termijn van één jaar na bloedafname, waardoor de waarborgen voor tegenonderzoek niet van toepassing zijn.
Verder werd het standpunt van de verdediging dat de strafmotivering onjuist was, verworpen omdat de verdediging onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de bereidheid van de verdachte tot het verrichten van een werkstraf. Ook de klacht over schending van de redelijke termijn werd afgewezen omdat deze niet eerder in hoger beroep was aangevoerd en het hof de strafvermindering wegens termijnoverschrijding begrijpelijk had gemotiveerd.
De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling en straf ongewijzigd blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de straf van 36 dagen gevangenisstraf en 18 maanden rijontzegging voor rijden onder invloed.