ECLI:NL:PHR:2015:350

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2015
Publicatiedatum
31 maart 2015
Zaaknummer
13/02812
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 5 juni 2013 veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, en heeft een geldbedrag van € 10.000,- verbeurd verklaard. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door de verdachte.

De aanzegging van het cassatieberoep is op 3 september 2013 aan de verdachte persoonlijk betekend. De wettelijke termijn voor het indienen van de schriftuur houdende middelen van cassatie, zoals bedoeld in artikel 437, tweede lid, Sv, liep af op 4 november 2013. Binnen deze termijn is echter geen schriftuur ingediend door een raadsman.

Daarom kan de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep, omdat niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet kan worden behandeld wegens het ontbreken van tijdige indiening van de middelen van cassatie.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/02812
Zitting: 17 februari 2015
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, heeft bij arrest van 5 juni 2013 de verdachte ter zake van
“medeplegen van witwassen”veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof het in beslag genomen voorwerp, te weten een geldbedrag van € 10.000,- verbeurd verklaard.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 13/02808. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 3 september 2013 aan de verdachte in persoon betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 4 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG