ECLI:NL:PHR:2015:388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onttrekking bromfiets aan het verkeer
Klager had een klaagschrift ingediend op grond van artikel 552a Sv om de teruggave van een inbeslaggenomen bromfiets te verkrijgen. De Rechtbank Den Haag verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Klager stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
In de strafzaak tegen klager sprak de Politierechter hem vrij van de tenlastegelegde heling, maar beval de onttrekking van de bromfiets aan het verkeer. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld, waardoor de strafzaak nog aanhangig is.
De Hoge Raad oordeelt dat door het vonnis in de strafzaak omtrent het beslag op de bromfiets geen belang meer bestaat bij het cassatieberoep tegen de beschikking van 3 september 2013. De beschikking is immers een voorlopige beslissing in afwachting van het strafrechtelijk oordeel. Daarom verklaart de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beslissing volgt eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een tussentijdse beslissing in de strafzaak omtrent beslag de ontvankelijkheid in cassatie uitsluit. Dit geldt ook al is het strafvonnis nog niet onherroepelijk.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad ondersteunt deze niet-ontvankelijkverklaring, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na onttrekking bromfiets aan het verkeer.