ECLI:NL:PHR:2015:394

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2015
Publicatiedatum
8 april 2015
Zaaknummer
14/02690
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359.3 SvArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake verwijzing naar processtukken in aantekening mondeling arrest

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep beoordeeld dat betrekking had op de inhoud van de aantekening van het mondeling arrest en de verwijzing naar processtukken. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat slechts in het geval van een bekennende verdachte mag worden verwezen naar processtukken in de aantekening, wordt niet ondersteund door de geldende regeling noch door de wetsgeschiedenis van artikel 359.3 tweede volzin Sv.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2012:BX0146) waarin is gesteld dat klachten die de duidelijke strekking van de wet of vaste rechtspraak miskend, geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Gezien artikel 80a RO verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de klachten onvoldoende belang bij cassatie hebben of klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden, waardoor het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en geen behandeling rechtvaardigende klachten.

Conclusie

Nr. 14/02690
Zitting: 10 maart 2015
P.C. Vegter
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG