ECLI:NL:PHR:2015:44

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2015
Publicatiedatum
10 februari 2015
Zaaknummer
14/01393
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging advies uitleveringszaak en terugwijzing voor nieuwe beoordeling

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had geoordeeld dat uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten niet toelaatbaar was en adviseerde de gouverneur van Curaçao het verzoek af te wijzen.

De advocaat-generaal heeft beroep in cassatie ingesteld tegen dit advies, waarbij het middel van cassatie en de tegenspraak van de verdediging inhoudelijk gelijkluidend waren aan eerdere, soortgelijke zaken die reeds door de Hoge Raad waren behandeld.

De Hoge Raad constateert dat het Hof ten onrechte oordeelde over de rechtmatigheid van de bewijsgaring in de Verenigde Staten, hetgeen niet tot de beoordeling van de uitleveringsrechter behoort. Daarom vernietigt de Hoge Raad het advies en wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof voor een nieuwe beoordeling van het uitleveringsverzoek zonder inhoudelijke toetsing van de bewijsmiddelen.

Deze conclusie volgt op eerdere arresten in samenhangende zaken en benadrukt dat de uitleveringsrechter geen oordeel mag geven over de rechtmatigheid van het bewijs in de verzoekende staat.

Uitkomst: Het advies van het Gemeenschappelijk Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling zonder inhoudelijke toetsing van de bewijsmiddelen.

Conclusie

Nr. 14/01393 UA
Zitting: 20 januari 2015
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[de opgeëiste persoon]
1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft bij advies van 6 februari 2014 geoordeeld dat de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika niet toelaatbaar is. Het Hof heeft de gouverneur van Curaçao geadviseerd om het verzoek tot uitlevering af te wijzen.
2. De advocaat-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof heeft zich tijdig voorzien van beroep in cassatie, en hij heeft tijdig een schriftuur ingediend houdende één middel van cassatie. Namens de opgeëiste persoon heeft mw. mr. C. Reijntjes-Wendenburg het middel van cassatie tegengesproken.
3. Deze Antilliaanse uitleveringszaak hangt samen met de zaak van [betrokkene 1], 14/01270 UA, en van [betrokkene 2], 14/01276, waarin ik op 11 november 2014 reeds heb geconcludeerd. Uw Raad heeft bij arresten van 9 december 2014 het in die zaken bestreden advies van het Gemeenschappelijk Hof vernietigd.
4. Het advies van het Gemeenschappelijk Hof d.d. 6 februari 2014, het middel en de toelichting in de cassatieschriftuur van 13 maart 2014, alsook de schriftuur houdende tegenspraak van 24 juli 2014 in de voorliggende zaak zijn mutatis mutandis gelijkluidend aan die in de reeds door uw Raad berechte zaken.
5. De reden dat ik in deze drie zaken niet gelijktijdig heb geconcludeerd was gelegen in het ontbreken van de betekening van de aanzegging van het cassatieberoep van het openbaar ministerie, terwijl op dat moment voor uw griffie en voor mij onduidelijk was wanneer in die betekening zou (kunnen) worden voorzien. Thans is die akte van betekening (in persoon) op uw griffie ontvangen. Daaruit blijkt overigens dat die betekening reeds op 9 oktober 2014 heeft plaatsgehad.
6. Vanwege het identieke karakter van de drie zaken meen ik thans te kunnen volstaan met te verwijzen naar mijn gelijkluidende conclusies in de met de onderhavige zaak samenhangende zaken, alsook naar de in die zaken van uw hand gewezen arresten.
7. Op de gronden als vermeld in de conclusies in de zaken van [betrokkene 1], 14/01270 UA, en van [betrokkene 2], 14/01276, slaagt het middel.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden advies. Nu een verdere afdoening van de zaak niet mogelijk is zonder te treden in een beoordeling van de feiten, strekt deze conclusie er tevens toe dat de zaak wordt teruggewezen naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde op het bestaande uitleveringsverzoek opnieuw te worden afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG