ECLI:NL:PHR:2015:453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inbewaringstelling ex art. 87 Fw in relatie tot Europees aanhoudingsbevel en specialiteitsbeginsel
Verzoeker werd in 2013 failliet verklaard en weigerde medewerking aan de curator door niet te verschijnen voor het verstrekken van inlichtingen. Op verzoek van de curator werd hij in verzekerde bewaring gesteld op grond van art. 87 Fw Pro wegens onttrekking aan zijn verplichtingen. Deze inbewaringstelling werd door de rechtbank en het hof bekrachtigd, waarbij het hof oordeelde dat het dwangmiddel niet strafrechtelijk van aard is en dus niet in strijd met het Kaderbesluit en de Overleveringswet.
Verzoeker werd in Spanje aangehouden op basis van een Europees aanhoudingsbevel en overgeleverd aan Nederland. Hij stelde dat de inbewaringstelling een schending van het specialiteitsbeginsel inhield, omdat hij niet voor het feit waarvoor hij werd overgeleverd gevangen mocht worden gezet. De Hoge Raad bevestigde echter dat de gijzeling een rechtsherstellend dwangmiddel is en geen straf, zodat het specialiteitsbeginsel niet werd geschonden.
Het hof stelde dat de inlichtingen die de gefailleerde moet verstrekken uitsluitend voor de afwikkeling van het faillissement mogen worden gebruikt, waardoor het recht op niet-zelfincriminatie wordt gewaarborgd. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het middel geen feitelijke grondslag had en het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de inbewaringstelling ex art. 87 Fw schendt het specialiteitsbeginsel niet.