ECLI:NL:PHR:2015:488
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordelingen poging tot diefstal
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor meerdere pogingen tot diefstal door rechtbanken in Alkmaar, Breda en ’s-Gravenhage. Na aanvang van de tenuitvoerlegging stelde hij dat sprake was van persoonsverwisseling. Onderzoek door het Openbaar Ministerie leidde tot bevindingen dat de aangehouden persoon niet overeenkwam met de gedetineerde op foto’s en signalementen.
Proces-verbalen van verbalisanten uit 2009 bevestigden dat de aangehouden verdachte en de gedetineerde verschillende personen waren, met verschillen in huidskleur, gelaatskenmerken en andere signalementen. Gezichtsherkenningsonderzoek en handtekeninganalyses ondersteunden dit vermoeden.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe feiten, die bij de oorspronkelijke berechting niet bekend waren, een ernstige twijfel oproepen over de identiteit van de veroordeelde en daarmee over de rechtmatigheid van de veroordelingen. De verzoeken tot herziening worden gegrond verklaard en de zaken worden verwezen naar een gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
De conclusie benadrukt dat het ontbreken van vingerafdrukken bij de aanhouding en het ontbreken van verdere identificatieonderzoeken de persoonsverwisseling niet kon worden uitgesloten. De Hoge Raad acht het doelmatig om de zaken gezamenlijk te behandelen gezien de overeenkomsten in feiten en tijdsbestek.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaken terug naar een gerechtshof voor hernieuwde berechting.