Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Beoordeling van het cassatieberoep
het bestaan van een orderportefeuillevan Prime Wood ten tijde van de cessie (vgl. m.n. cassatiedagvaarding nr. 1.7). Het gaat blijkens cassatiedagvaarding nrs. 1.4-1.6 om het aanbod, gedaan bij pleidooi (pleitaantekeningen mr. Bharatsingh d.d. 21 mei 2013, p. 1), om te doen horen:
tegenbewijs.
wetenschap van de financiële problemenwaarin Prime Wood verkeerde. Het gaat blijkens cassatiedagvaarding nr. 1.9 om het volgende aanbod, gedaan bij memorie van grieven:
(a)dat zijn eerdere verklaring dat “de cessie was aangegaan om [eiseres] tevreden te stellen” niet de strekking had om te voorkomen dat [eiseres] anders het faillissement van Prime Wood zou aanvragen, en
(b)dat [eiseres] op de hoogte was gesteld van de nog uit te voeren orders van Lidl en dat derhalve de wetenschap van [eiseres] van de brand en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor Prime Wood nog geen reden kon opleveren dat het faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid voor [eiseres] te voorzien zou zijn (cassatiedagvaarding nr. 1.9). Volgens het onderdeel is hiermee expliciet aangegeven dat [betrokkene 2] anders en meer zal verklaren dan hij al reeds heeft verklaard, waarbij wordt verwezen naar de uitspraken van Uw Raad van 9 juli 2004 en 27 mei 2011 (cassatiedagvaarding nr. 1.14).
(a)en
(b)maken geen deel uit van het aangehaalde (tegen)bewijsaanbod, zodat het hof deze niet in zijn overwegingen kon betrekken. De verwijzing naar genoemde rechtspraak van Uw Raad kan, wat daar overigens van zij, reeds niet baten omdat het daarin bedoelde “nader aangeven in hoeverre de getuige meer of anders kan verklaren dan hij al heeft gedaan” [5] niet, zoals vereist, heeft plaatsgevonden in appel, maar eerst in cassatie.
“[betrokkene 1] van plan was zelf het faillissement van Prime Wood aan te vragen.
”Daartoe wordt aangevoerd dat het hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op de verklaring die [betrokkene 1] heeft afgelegd tijdens de op 9 februari 2012 gehouden comparitie in eerste aanleg, inhoudende dat hij nooit van plan was geweest om daadwerkelijk het faillissement aan te vragen en alleen maar heeft willen zeggen dat het in de zakenwereld niet ongebruikelijk is te dreigen met een faillissementsaanvraag als incassomethode. [7]