ECLI:NL:PHR:2015:523
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn vordering tegen moedermaatschappij na juridische fusie en aansprakelijkheidsverklaring
In deze zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen die DVO Projectenbureau B.V. aan Etis B.V. heeft gestuurd. Etis is door een juridische fusie opgegaan in Citytec B.V., waarbij Eneco als moedermaatschappij een aansprakelijkheidsverklaring heeft afgegeven. De rechtbank en het hof oordeelden dat de vorderingen verjaard zijn omdat de verjaringstermijn gelijktijdig met de vorderingen op Etis is aangevangen en geëindigd.
Eiseres stelde dat de verjaringstermijn pas begon te lopen toen zij Eneco voor het eerst aansprak op betaling in 2006, en dat de fusie niet op juiste wijze was openbaar gemaakt, waardoor het beroep op verjaring onaanvaardbaar zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheidsverklaring inhoudt dat de vordering op Eneco gelijktijdig met die op Etis opeisbaar werd en dat de verjaringstermijn daarom ook gelijktijdig aanving.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de fusie voldoende openbaar was gemaakt en dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen tegen Eneco worden afgewezen wegens verjaring.