Conclusie
1.Feitenen procesverloop
2.Inleiding
en commanditegenaamd, wordt aangegaan tusschen eenen persoon, of tusschen meerdere hoofdelijk verbonden vennoten, en eenen of meer andere personen als geldschieters.
“hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk”werd vervangen door
“hoofdelijk verbonden”om de terminologie in verschillende wetten met elkaar in overeenstemming te brengen [3] .
solidairvervangen is door
voor het geheel en hoofdelijk voor het geheel, hetgeen zeer duidelijk en verstaanbaar is, en daarom aan eenige leden ook verkieslijk voorkomt, maar dat in het Burgerlijk Wetboek, art. 1341 en Pro vervolgens overal, die uitdrukking vervangen is door het woord
hoofdelijken dus deze twee wijzen van zich uit te drukken in de twee Wetboeken in harmonie gebragt moeten worden.”
burgerlijkeen
commerciële; de laatste zijn òf onder eene firma opgerigt, òf bij wijze van geldschieting, òf eindelijk bij deelneming.
in alle hunne goederenvoor de daden en verbindtenissen der maatschap aansprakelijk zijn.
onder eene firmazijn alle de vennooten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk en zij kunnen zelfs bij lijfsdwang worden vervolgd.
bij wege van geldschietingrust de verantwoordelijkheid op dengeen of degenen, wier naam in de firma gebezigd wordt; terwijl de geldschieter niet meer dan zijn ingebragt of beloofd kapitaal kan verliezen.
deelnemingis degeen, die met den derde heeft gehandeld, aan dezen aansprakelijk.
in den persoonen in
de goederenvan een of meer aan hem bekende lieden, en dat derhalve die derde, vóór dat hij de handeling sluit, naar mate van het vertrouwen, dat de vennooten hem inboezemen, in staat is zich te beraden, of hij al dan niet de verbindtenis wil aangaan.
zakenof
goederengeene overeenkomsten kunnen aangaan of het onderwerp eener handeling uitmaken, zoo dezelve niet steeds door
een persoonworden vertegenwoordigd.”
Anders:voor de OHG Duitsland; HGB 130; Zwitserland, O.R. 569; Italië 2269.]
Overwegende, dat de eischers in de eerste plaats hunne voorziening hebben gegrond op schending van art. 18 W.K., doordien het Hof verkeerdelijk zou hebben geoordeeld, dat het niet geoorloofd was de vennooten eener firma, onder vermelding der
causa debiti, met name tot voldoening eener schuld dier firma, in regten aan te spreken;
in casugeschied is, tegen de bijzondere leden derzelve, had moeten zijn ingesteld, als kunnende de bijzondere personen, in de vennootschap betrokken, eerst na eene verkregene veroordeling tegen de vennootschap of firma zelve, indien daartoe termen waren,
in executionein aanschouw komen;
allevennoten voor
alleschulden van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk te doen zijn. De regeling in art. 18 WvK Pro is ongeclausuleerd, waaruit naar mijn mening kan worden afgeleid dat vennoten die toetreden mede aansprakelijk zijn voor schulden die vóór de toetreding zijn ontstaan.
“hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk”. Dit duidt naar mijn mening op een aansprakelijkheid voor
alleschulden van de vennootschap. Met de tekstuele wijziging van beide bepalingen in 1989 is niet beoogd de reikwijdte van de daarin voorziene aansprakelijkheid te veranderen [37] .
alleschulden van de vennootschap, maar ook op
allevennoten, maak ik op uit het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad uit 1849. De Hoge Raad oordeelde in dit arrest dat de hoofdelijke aansprakelijkheid inhoudt dat de schuldeiser
“elk der vennooten, welke hij verkiest, individueel en derhalve ook zoo vele hunner als hij wil en die welke hij wil, dadelijk ter zake dier verbindtenissen in regten kan dagvaarden”. Er wordt hier geen uitzondering gemaakt voor een toetredende vennoot.
due diligence) onderzoek zal uitvoeren naar de (vermogensrechtelijke) positie van de vennootschap alvorens hij toetreedt. Mocht hij bij dat onderzoek op “oude” schulden stuiten, dan staat het hem vrij hierover (regres)afspraken te maken met de bestaande vennoten, een voorstel te doen tot het oprichten van een nieuwe VOF/CV of af te zien van het toetreden.
burgerlijkeen
commerciële; de laatste zijn òf onder eene firma opgerigt, òf bij wijze van geldschieting, òf eindelijk bij deelneming. (…)
onder eene firmazijn alle de vennooten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk en zij kunnen zelfs bij lijfsdwang worden vervolgd.
bij wege van geldschietingrust de verantwoordelijkheid op dengeen of degenen, wier naam in de firma gebezigd wordt; terwijl de geldschieter niet meer dan zijn ingebragt of beloofd kapitaal kan verliezen.” [40]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
nderdeel 1klaagt dat rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk is de overweging en beslissing van het hof dat de vraag of de nieuw toegetreden vennoot persoonlijk kan worden aangesproken voor vorderingen die vóór zijn aantreden als vennoot zijn ontstaan, in deze zaak niet van belang is. Het onderdeel betoogt dat [eiser] niet hoofdelijk kan zijn verbonden voor schulden van de vennootschap, voor zover betrekking hebbend op de periode vóór zijn toetreding. Die situatie doet zich volgens het onderdeel in casu voor, terwijl de aanslagen waar het in casu om gaat bovendien pas zijn opgelegd op 21 februari 2011, dus nadat [eiser] als beherend vennoot van Carlande is uitgetreden en zelfs na het moment dat Carlande is opgeheven.
werknemers) in een bedrijfstakpensioenfonds is verplichtgesteld, zijn de daaruit (ook) voor de
werkgevervoortvloeiende verplichtingen niet van diens aanmelding bij het pensioenfonds afhankelijk. Verplichtstelling heeft tot gevolg dat de deelnemers en hun werkgevers de statuten en reglementen en de daarop gebaseerde besluiten van het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds dienen na te leven (art. 3 jo Pro art. 4 Wet Pro verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000). Zoals het hof in rov. 2.1 onder (iv) heeft gereleveerd, heeft ook het Pensioenfonds zich in overeenstemming met het voorgaande op het standpunt gesteld dat Carlande reeds vanaf haar oprichting (op 2 februari 2010) als verplicht aangesloten bij het Pensioenfonds Vervoer heeft te gelden. Reeds uit dien hoofde was Carlande vanaf 2 februari 2010 tot premiebetaling gehouden. Daaraan doet niet af dat het Pensioenfonds eerst na het toetreden van [eiser] bij gebreke van een aanmelding door Carlande en bij gebreke van een opgave van de van haar verlangde gegevens ambtshalve aanslagen (nota’s) ter zake van de verschuldigde premies heeft opgelegd, waarmee de betalingsverplichting van Carlande werd geconcretiseerd.