ECLI:NL:PHR:2015:66
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag teruggave na vonnis rechtbank
Klager had bij de Rechtbank Rotterdam een klaagschrift ingediend op grond van artikel 552a Sv, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €18.620. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond bij beschikking van 29 oktober 2013. Klager stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
In de cassatieschriftuur werd vermeld dat de strafzaak tegen klager inmiddels door de rechtbank was afgedaan met een vonnis waarin klager werd vrijgesproken en de teruggave van het geldbedrag werd gelast. De Hoge Raad verifieerde dat de strafzaak nog aanhangig was wegens hoger beroep van het Openbaar Ministerie, maar dat de beslissing tot teruggave in het vonnis was opgenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de beschikking waartegen het beroep was gericht een voorlopige beslissing betrof die werd gegeven in afwachting van het strafvonnis. Nu de rechtbank inmiddels in het strafvonnis een beslissing over de teruggave had genomen, kon op het klaagschrift geen andersluidende beslissing meer volgen. Het feit dat het vonnis nog niet onherroepelijk was en het geldbedrag nog niet was teruggegeven deed hieraan niet af.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin eenzelfde standpunt werd ingenomen. Hierdoor werd het cassatieberoep van klager niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank inmiddels in het strafvonnis de teruggave van het geldbedrag heeft gelast.