ECLI:NL:PHR:2015:667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen niet ontvankelijk verklaard door Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld omdat de klachten onvoldoende belang hadden of niet tot cassatie konden leiden.
Daarnaast bevat het vonnis een expliciete afwijzing van het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). De Hoge Raad motiveert dat de opgeworpen vragen niet relevant zijn voor de oplossing van het geschil, reeds beantwoord kunnen worden aan de hand van bestaande rechtspraak van het HvJEU, of dat er geen redelijke twijfel bestaat over de uitleg van het Unierecht.
Deze beslissing bevestigt dat in gevallen waarin prejudiciële vragen niet bijdragen aan de rechtsontwikkeling, rechtseenheid of rechtsbescherming, het stellen daarvan kan worden geweigerd. De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt dit standpunt en benadrukt het ontbreken van voldoende belang bij het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU is afgewezen.