Conclusie
middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat de door de betrokkene betaalde inkomstenbelasting over het wederrechtelijk verkregen voordeel niet in mindering moet worden gebracht op het te ontnemen bedrag.
AG] - € 2.435 - 2.174 = € 14.187,-.
NJ1998/499 oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht de mogelijke fiscale consequenties bij de toepassing van de ontnemingsmaatregel buiten beschouwing had gelaten. De Hoge Raad verwees daartoe naar de wetsgeschiedenis en overwoog: