Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
De betrokkene stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2014, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen hem was toegewezen.
Namens betrokkene diende mr. P.H.L.M. Souren een middel van cassatie in, dat door de Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt werd bestreden met conclusie tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd van kracht.
Het arrest werd uitgesproken op 26 mei 2015 door de strafkamer van de Hoge Raad, bestaande uit voorzitter J. de Hullu en raadsheren N. Jörg en V. van den Brink.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.