Conclusie
- De verdachte kwam met het plan om van Brazilië met een zeilboot naar Nederland terug te varen, via de kust van Afrika. De medeverdachte kon zich wel vinden in dit avontuur.
- De verdachte en zijn medeverdachte zijn op kosten van de medeverdachte samen van Fortaleza naar Natal gereisd. Zij hebben samen enkele weken in Natal gewacht totdat zij een geschikte boot vonden die te koop was. De medeverdachte heeft in Natal in hun beider onderhoud voorzien.
- De verdachte heeft vóór de zogenaamde proefvaart samen met zijn medeverdachte levensmiddelen, bier, een pan, visdraad en nog wat spullen ingekocht.
Tevens heeft de verdachte samen met zijn medeverdachte op internet gekeken naar de te varen koers vanaf de kust van Brazilië.
- Toen de verdachte en zijn medeverdachte op 11 juli 2005 aankwamen bij de haven voor het maken van een 'proefvaart' bleek dat [slachtoffer] er niet was en dat de 'proefvaart' derhalve niet kon plaatsvinden. Met de medewerkers van de haven werd afgesproken dat zij de volgende dag zouden terugkomen. De verdachte en zijn medeverdachte hebben de ingekochte spullen achtergelaten in de haven.
- Toen de verdachte en zijn medeverdachte op 12 juli 2005 aankwamen in de haven was [slachtoffer] al bezig met het hijsen van de zeilen van de Oceano.
- Kort daarop zijn de verdachte, de medeverdachte en [slachtoffer] met het zeiljacht de Oceano uit de haven van Natal vertrokken. Zij hebben de levensmiddelen en spullen die zij hadden achtergelaten in de haven meegenomen. Ze zijn de Potengi rivier afgevaren richting zee, vervolgens (een aantal malen) langs de kust gevaren, waarna zij de volle zee zijn opgevaren in de richting van Afrika.
- Er is met een slechts gedeeltelijk gehesen (en dus een gedeeltelijk over de lengte van de giek opgebonden ofwel 'gereefd') grootzeil uitgevaren.
- Op enig moment heeft de verdachte aan [slachtoffer] gevraagd om het grootzeil helemaal omhoog te hijsen (waarbij aldus het oppervlak van het grootzeil maximaal vergroot zou worden en het zeil dan niet meer langs de giek opgebonden, ofwel 'gereefd' zou zijn).
- Direct nadat [slachtoffer] aan deze vraag had beantwoord en het grootzeil maximaal had gehesen is hij door de verdachte en zijn medeverdachte, of door de verdachte alleen, overboord geduwd.
- [slachtoffer] heeft zich aan de reling vastgegrepen waarop door de verdachte aan hem een mes is getoond; [slachtoffer] heeft vervolgens de reling losgelaten.
- Na ongeveer een maand zijn de verdachte en zijn medeverdachte aangekomen in Sierra Leone. Van daaruit zijn zij naar Nederland gereisd.”
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van het voorwaardelijk opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer]. In het bijzonder keert het middel zich tegen het bewijs dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] heeft aanvaard.
De vraag die in dit verband voorligt is of het overboord duwen van een persoon op zee, onder de omstandigheden van het onderhavige geval, op zichzelf genomen de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood met zich brengt.
Zowel de verdachte als de medeverdachte hebben verklaard dat de verdachte aan [slachtoffer], voordat deze overboord is geduwd, heeft gevraagd om het zeil te hijsen. Het ging hierbij om het grootzeil, het zeil dat is bevestigd aan mast en giek, en dat langs de mast hoger kan worden gehesen. Uit de mededelingen van de zeildeskundige Fokkens (diens toelichting op zitting in hoger beroep en diens rapport van 9 maart 2012) begrijpt het hof, dat het hijsen van een verkleind (of 'half') gehesen grootzeil niet zonder meer mogelijk is. Een slechts gedeeltelijk gehesen grootzeil zal zijn gereefd, dat wil zeggen: op een of andere wijze zijn verkleind door deels te zijn opgebonden langs de giek. Als dat zeil moet worden gehesen zal het zogenoemde 'rif' uit het zeil moeten worden gehaald, hetgeen wil zeggen dat het zeil, voor zover het opgebonden is langs de giek, moet worden losgemaakt. Alleen dan is er immers ruimte om het zeil (verder) omhoog te hijsen. Bij een 'ontreefd' zeil is het grootzeil zowel maximaal omhoog (dus langs de mast) geschoven, als maximaal naar achteren (dus langs de giek richting achterzijde van het schip) doorgehaald (met behulp van een zogenoemde 'smeerreep') en is het zeil niet meer langs de giek opgebonden met een reefsysteem.
In het dossier bevindt zich een DVD met het opschrift: Zaak TDO 2008 - 0790 OCEANO. Op die DVD zijn de gefilmde beelden te zien die de medeverdachte [medeverdachte] heeft gemaakt - onder meer - van hetgeen te zien was vanaf de Oceano terwijl de kustlijn van Natal nog zichtbaar was en nadat de Oceano verder de (volle) zee was opgevaren. De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat de datumaanduiding op de film niet klopt omdat hij de beelden op zee heeft opgenomen op 12 juli 2005 en daarna; in de tijdsaanduiding op de film heeft [medeverdachte] geen wijziging aangebracht. Op de beelden die te zien zijn op voornoemde DVD, en die ter terechtzitting in hoger beroep zijn getoond, heeft het hof waargenomen dat vanaf aanduiding TC 15:21:00 tot TC 16:16:00 de camera vanuit de Oceano zonder onderbreking 360 graden in de rondte draait. Terwijl de camera 360 graden in de rondte draait valt op geen enkel moment enige kustlijn waar te nemen. De Oceano bevindt zich op volle zee. Het hof vindt steun voor de juistheid van deze waarneming in hetgeen valt te beluisteren op het bij de beelden opgenomen stemgeluid terwijl de camera 360 graden in de rondte draait: 'alleen nog maar water' en 'golven, golven, golven'. Voorts heeft het hof waargenomen dat op dit moment op deze beelden, waarop een groot deel van de giek en een deel van het grootzeil goed zijn te zien, het grootzeil deels is opgebonden langs de giek en dus (nog)is gereefd. Goed zichtbaar is het opgebonden zijn, en ook goed zichtbaar is dat het grootzeil niet - met behulp van de hierboven genoemde 'smeerreep' - is doorgehaald naar de achterzijde van de giek. Het zeiloppervlak komt vanaf de giek omhoog nog tussen de bevestiging van de grootschoot (het touw van de giek naar de boot, waarmee de giek in een bepaalde stand wordt gefixeerd) aan die giek en de mast, en ook dat wijst er onmiskenbaar op dat het zeil nog is gereefd.
Het hof is van oordeel dat - alles in onderling verband en samenhang bezien - op grond van het voorgaande is komen vast te staan dat op het moment dat vanuit de Oceano geen kust meer valt waar te nemen, het grootzeil deels nog is opgebonden langs de giek en dus nog niet door [slachtoffer] is gehesen. Het hof leidt hieruit af dat, nu [slachtoffer] pas ná het hijsen van het zeil overboord is geduwd en het zeil op de reis naar Afrika niet meer kleiner is gemaakt, [slachtoffer] op het moment dat vanuit de Oceano geen kustlijn meer valt waar te nemen, nog steeds aan boord is. Dat [slachtoffer] op die 360 graden in het rond gefilmde beelden niet is te zien doet daar niet aan af nu dit type zeilboot over een ongedeelde kajuit beschikt met vier zit/slaapplaatsen (Rapport Fokkens p. 4) en [slachtoffer] zich aldaar heeft kunnen ophouden.
Het hof acht het niet aannemelijk dat de verdachte of zijn medeverdachte een hulpmiddel (een zwemvest dan wel reddingsvest) naar [slachtoffer] heeft gegooid nadat hij in het water terecht is gekomen. De verdachte en zijn medeverdachte hebben hierover tegenstrijdig en bovendien wisselend verklaard. Reeds hierdoor is hun geloofwaardigheid hieromtrent aangetast. Voorts heeft het hof in dit verband in aanmerking genomen dat in hun beider scenario's met betrekking tot het gooien van een hulpmiddel, de helmstok/het roer langere tijd losgelaten zou zijn, ook nadat het slachtoffer de zijkant/achterkant van de boot zou hebben losgelaten. Dat is onaannemelijk gelet op hetgeen de zeildeskundige P.M. Fokkens in zijn rapport van 9 maart 2012 en ter zitting in hoger beroep heeft gesteld, namelijk dat in dat geval het zeiljacht binnen enkele seconden volledig stil zou zijn komen te liggen. Deze omstandigheid rijmt niet met de verklaringen van de verdachte en zijn medeverdachte die niets inhouden over enig stilliggen van het zeiljacht. Zij verklaren in tegendeel beiden dat zij snel van de in zee liggende [slachtoffer] wegvoeren.
Met betrekking tot de vraag of de verdachte de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] zou komen te overlijden bewust heeft aanvaard, overweegt het hof als volgt.
Daarenboven kunnen de boven omschreven gedragingen van de verdachte en zijn medeverdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties, die aan het hof niet zijn gebleken - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg - de dood van [slachtoffer] - heeft aanvaard.
tweede middelklaagt dat het hof een verkeerde maatstaf heeft aangelegd bij de vraag of sprake is van ‘wetenschap’ bij voorwaardelijk opzet.
II WetenschapMet betrekking tot de vraag of de verdachte de wetenschap had dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer] zou komen te overlijden door hem overboord te duwen, overweegt het hof als volgt.
derde middelziet op feit 2 en keert zich tegen de bewezen verklaarde pleegplaats.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte het verzoek heeft afgewezen tot het horen van de getuigen Inez Dos Santos en [getuige].