Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
Stcrt.2003, 99 de volgende passage heeft toegevoegd aan art. 2 van Pro de Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven (het huidige art. 5.2 Regeling Wfsv):
3.Het geding in cassatie
Stcrt. 2003, 99 is definitief komen vast te staan dat sector 67 géén overheidssector is en alleen al om die reden niet kan dienen als sector voor werkgevers van Wsw-ers, die immers slechts in dienst kunnen zijn van gemeenten of gemeenschappelijke regelingen. Bij sector 67 worden slechts aangesloten de
overheaden begeleiders van private instellingen zoals stichtingen en re-integratiediensten waaraan de gemeente de feitelijke begeleiding van Wsw-ers heeft opgedragen.
Stcrt. 2003, 99, zou zijn komen vast te staan dat sector 67 geen overheidssector is, is onjuist, zo blijkt uit het gegeven dat de Minister van SZW in zijn Besluit van 16 oktober 2014,
Stcrt. 2014, 29917 de sectoren 61 t/m 67 aanduidt als ‘Overheid’.
4.De Wet sociale werkvoorziening (Wsw)
i.e.een gesubsidieerde dienstbetrekking rechtstreeks bij een reguliere werkgever. [4] Deze laatste dienstbetrekking is omschreven in art. 7 Wsw Pro (in hoofdstuk 3 ‘Subsidieverstrekking door de gemeente’):
Stb.2007, 564 [12] bepaalt dat rijksmiddelen niet langer ook aan gemeenschappelijke regelingen worden verstrekt, maar enkel nog aan individuele gemeenten, zulks om de verantwoordelijkheid van individuele gemeenten te benadrukken en hen meer mogelijkheden te bieden om regie te voeren bij de uitvoering van de Wsw. Samenwerking van gemeenten in werkvoorzieningschappen is echter nog steeds mogelijk. [13] Overwogen is om overdracht van verantwoordelijkheid voor bepaalde Wsw-taken aan privaatrechtelijke rechtspersonen niet langer toe te staan. Omdat de gemeente echter toch verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de Wsw, is die overdracht nog steeds mogelijk: [14]
5.Belanghebbendes belang bij cassatie
Sectorpremiepercentage
6.De regelgeving
De Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)
7.Totstandkomingsgeschiedenis van de premiesectoren 61 t/m 67
A. De situatie vóór invoering van de sectoren 61 t/m 67
Stcrt.1997, 41 is het bedrijfs- en beroepsleven opnieuw ingedeeld in sectoren omdat de oude indeling onvoldoende aansloot bij de ‘hedendaagse organisatorische verbanden van bedrijven en brancheorganisaties’. De sectoren 36 en 37 omvatten sindsdien respectievelijk ‘Overheidsdiensten’ en ‘Overheid dienstplichtig’.
Stcrt.1997, 249 heeft de Staatssecretaris van SZW op advies van het toenmalige Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) de overheidsdiensten ingedeeld in zes sectoren 61 t/m 66; de oude sectoren 36 en 37 vervielen. Dat Besluit luidde als volgt:
geëxploiteerddoor of vanwege de overheid. Aldus bezien is duidelijk niet (uitsluitend) bepalend of de in te delen werkgever al dan niet bepaalde regelingen/ arbeidsvoorwaarden volgt. Het is zelfs zo dat, blijkens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, bij de indeling van een werkgever in een sector niet gekeken mag worden naar vorenbedoelde aanpalende regelingen; “slechts” de functie in het maatschappelijk verkeer is voor indeling doorslaggevend. Het lijkt naar de mening van het Lisv-bestuur dan ook aangewezen om als onderscheidend criterium tussen de overheid en de markt indelingstechnisch geen onderscheid te maken c.q. geen aansluiting te zoeken bij dergelijke aanpalende regelingen, doch – nu het feitelijk gaat om een wettelijke indelingsregeling tot herindeling van overheidsdiensten, die ook thans niet ressorteren onder de “markt-sectoren”, bij nog te benoemen “overheidssectoren” – te volstaan met wat meer algemene omschrijvingen. Er is dan indelingstechnisch bezien qua onderscheidend criterium overheid versus markt sprake van eenduidigheid. Dit klemt te meer nu de ROP pleit voor een afzonderlijke “overheidssector Onderwijs en wetenschappen”, terwijl elders in de huidige Indelingsregeling bij de sector “Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen” eveneens onderwijsinstellingen worden genoemd. Overigens, indien een bepaalde overheidsdienst/-instelling in de respectievelijke, nog te benoemen, overheidssectoren niet met name wordt vermeld, dan nog vindt indeling plaats in de ter zake bevoegde sector, zulks dan bij wijze van de in de Indelingsregeling vermelde mogelijkheid van assimilatie, ofwel als overige overheidsinstelling.
Overheid, onderwijs en wetenschappen, omvattende:
Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht, omvattende:
Overheid, defensie, omvattende:
Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen, omvattende:
Overheid, openbare nutsbedrijven
Overheid, overige instellingen, omvattende:
alleenmogelijk indien daartoe bij het Lisv een verzoek wordt ingediend en op dat verzoek, eveneens door het Lisv, positief wordt beslist; alsdan wordt door het Lisv een expliciete beschikking afgegeven (artikel 53, derde lid, van de Osv’97). Immers, een werkgever is qua hoofdregel in de wet, van rechtswege aangesloten bij “slechts” één sector.”
nemers(in plaats van werk
gevers).
nemersmaar werk
geversin sectoren worden ingedeeld en had overigens op dit punt nog geen mening omdat hij eerst onderzoek nodig achtte naar – onder meer – het draagvlak en mogelijke ongewenste negatieve sectorale premie-effecten:
werkgevers. In dit verband refereert de ROP onder meer aan de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) en de Rijksbijdrage banenpools. Waar het gaat om instellingen (stichtingen) die zich in de hoedanigheid van werkgever bezighouden met de uitvoering van de JWG en de Banenpoolregeling heeft in voorkomende gevallen weliswaar in het verleden een indeling bij de voormalige BV Overheid plaatsgevonden, doch dit is gebeurd via de toepassing van de bekende zgn. concern-regelen (groepsaansluiting; eenheid met gemeenten). Dergelijke instellingen, zo is bij het nemen van de hier door SVr, Tica en Lisv genomen indelingsbeslissingen geconcludeerd, ressorteren op “eigen titel” onder de werkingssfeer van de voormalige BV Banken.
Stcrt. 1998, 243 per 1 januari 1999 ingevoegd. De toelichting vermeldt:
Alleen indien aan het Lisv een verzoek tot gesplitste aansluiting wordt gedaan, kan tot indeling in de sector Werk en (re) Integratie worden overgegaan. In de berekeningen wordt aangenomen dat alle WSW- en WIW instellingen in deze sector worden ingedeeld.
Werkgevers van WSW’ers. De wachtgeldpremie voor deze groep is gelijk aan de rekenpremie (de gemiddelde premie van alle 60 wachtgeldfondsen). De reden hiervoor is dat het loon van WSW’ers wordt gezien als een bespaarde WAO-uitkering. Het premieregime komt overeen met dat van uitkeringsgerechtigden.
werkgevers van WSW’ers
geversworden ingedeeld:
8.Analyse
juistbedoeld is voor Wsw-werkgevers. Ook de rapportages van het ministerie van SZW en van Veld (zie 7.14 en 7.15) gaan er onmiskenbaar vanuit dat het werkgeverschap ter zake van Wsw-ers in sector 67 valt.