Conclusie
Het middel
op enig momentnaar buiten is gegaan.”
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag op het slachtoffer door hem met een mes in de buikstreek te steken. Verdachte voerde in hoger beroep een alibi aan dat hij de hele avond in of bij de kantine van voetbalclub Victoria was, maar dit alibi werd door het hof verworpen vanwege onvoldoende bewijs en tegenstrijdige getuigenverklaringen.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld over de motivering van de bewezenverklaring en het alibi. De Hoge Raad overwoog dat de selectie en waardering van bewijsmateriaal aan de feitenrechter toekomt en dat het hof voldoende bewijsmiddelen had om de bewezenverklaring te ondersteunen, waaronder meerdere getuigenverklaringen die verdachte op de plaats delict zagen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat het alibi niet sluitend was, mede omdat getuigen uiteenlopende verklaringen hadden gegeven over het tijdstip en de duur van de afwezigheid van verdachte bij de pokeravond. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan voldoende grondslag voor het middel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft gehandhaafd.