Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 september 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin verdachte en zijn medeverdachte werden vrijgesproken van medeplegen van moord en poging tot moord op twee slachtoffers op de Rijksweg A73.
Het hof stelde vast dat verdachte en zijn medeverdachte op 9 september 2008 een GPS-peilbaken en tracer hadden opgehaald, die later onder de auto van het slachtoffer werden gevonden. Ondanks dit belastende feit kon het hof niet vaststellen dat zij op de plaats en het tijdstip van de schietpartij aanwezig waren of dat zij het baken hadden bevestigd. Er ontbrak bewijs dat zij opzet hadden op het medeplegen van de levensdelicten.
De verdediging stelde dat de uitpeilset aan een derde was gegeven, wat het hof niet kon weerleggen. Ook andere bewijsmiddelen, zoals DNA-sporen en munitie, waren onvoldoende overtuigend om schuld aan te tonen. De Hoge Raad herhaalt dat de feitenrechter een ruime waarderingsvrijheid heeft en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van medeplegen moord en poging tot moord.