Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel IIIbouwt voort op onderdeel I en behoeft na het voorgaande geen verdere bespreking.
Parket bij de Hoge Raad
Betrokkene verbleef op grond van een voorlopige machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis en de officier van justitie verzocht om verlenging van deze machtiging. De rechtbank verleende deze machtiging voor de duur van een jaar, mede op basis van een geneeskundige verklaring en verklaringen van behandelaars.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte gevaren had vastgesteld die niet in de medische verklaring waren genoemd en dat het oordeel onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank het gevaarscriterium terecht heeft toegepast en dat de verschillende gevaren als aspecten van één en hetzelfde gevaar kunnen worden beschouwd. De rechtbank heeft de betwisting van betrokkene meegewogen en haar oordeel voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad benadrukt dat het gevaar voldoende ernstig moet zijn om de vrijheidsbeneming te rechtvaardigen en dat dit in casu is voldaan. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de machtiging tot voortgezet verblijf gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf blijft gehandhaafd.